24 september 2017

Eppo 19 - De boekenkast van Alexis Dragonetti

In stripblad Eppo nr. 19 staat De boekenkast van... Alexis Dragonetti. Hij is Gedelegeerd Bestuurder van Ballon Media, de Vlaamse uitgever die de vertaling verzorgt van grote Franstalige stripuitgevers met bestseller series zoals Largo Winch, XIII, Thorgal, Blake en Mortimer, Guust Flater en Lucky Luke. Naast zijn professionele werk als uitgever is Alexis altijd een groot stripliefhebber gebleven. "Waar ik van hou en wat mij raakt in de strip - los van een degelijk scenario - is grafische virtuositeit. En die kan veel verschillende vormen aannemen, zoals ik met mijn favoriete boeken wil laten zien.” Eppo 19 ligt in de winkel tot 28 september en is ook los te bestellen via de Eppo site. 
Alexis Dragonetti bij Ballon Media in Antwerpen, 12 juli 2017. Hier poserend met België gestript, het eerste referentiewerk over het Belgische stripverhaal. (Copyright foto's: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie, mail naar: incognito@comic.com)
Dragonetti: "Als jonge adolescent kreeg ik Zwartkijken van Franquin in mijn handen en dat vond ik absoluut – ook vandaag nog - geniaal. Deels door dat boek ben ik stripuitgever geworden. Ook België gestript is voor mij een mijlpaal geweest omdat het het eerste referentiewerk is over het Belgische stripverhaal (dus zowel Nederlands- als Franstalig) én het 1500ste boek dat ik heb uitgegeven." 

13 september 2017

Eppo 18 - De boekenkast van Jan Vriends

Jan Vriends werkt aan zijn strips voor Tina, Helmond, 22 juni 2017. (Foto's: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie, mail naar incognito@comic.com)
In stripblad Eppo 18 staat van mij: De boekenkast van... Jan Vriends. Sinds 1991 werkt hij als striptekenaar, scenarist en illustrator. Voor Tina maakte hij meer dan 600 afleveringen van Roos en sinds kort verzorgt hij de gehele productie van de Tina titelstrip. Stripkenners kennen Vriends ook van meer volwassen strips zoals Janjaap en Cowboy John, verschenen in Zone 5300. Voor de Boekenkast koos Jan voor favoriete boeken die belangrijk voor hem zijn geweest in zijn ontwikkeling als striptekenaar, met Giraud en Charlier en Jeroen de Leijer. Eppo nummer 18 ligt nog in de winkel tot 14 september en is ook los te bestellen via de Eppo site.
Poserend bij zijn zelfgebouwde boekenkast met zijn favoriete strips (Foto: Robin Schouten)
Behalve strips maakt Jan muziek in het Nederlandstalige genre waarmee hij ook optreedt, geeft hij trainingen en workshops in creatief denken, schildert hij én schrijft inspirerende boeken (‘Hoe verzin je het?’ en ‘Jij kan alles’). Vandaar zijn bijnaam Jan de man die alles kan. Het was tijd voor een Boekenkast-interview met één van de grootste Nederlandse multi-talenten. En een strip voor Eppo? “Dat sluit ik niet uit, al zit ik nu helemaal in de wereld van de jonge meiden voor Tina. Dat loopt vloeiend. Met vier dochters heb ik ook genoeg input,” onthult de geboren en getogen Helmonder. Zijn website: www.jijkanalles.nl
Jan Vriends inkt zijn Tina-pagina’s ouderwets met penseel (mei 2017)

07 september 2017

In Memoriam: Bert Bus

Bert Bus thuis in Santpoort, 24 november 2010. Copyright foto: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie, mail naar: incognito@comic.com
De Nederlandse striptekenaar Bert Bus overleed recentelijk op 86-jarige leeftijd in zijn woonplaats Santpoort. Daar heb ik hem eind 2010 geïnterviewd voor de rubriek De boekenkast van... in Eppo (zie dit bericht).
Het was een heel leuk, maar ook wat moeizaam gesprek. Bert deed erg zijn best om nog wat van het interview te maken, ook al was hij al behoorlijk vergeetachtig geworden. Daar sprak hij ook openlijk over (en maakte de gekscherende opmerking: "Je moet me maar niet te serieus nemen"), samen met zijn vrouw die bij ons zat om Bert, als dat nodig was, te ondersteunen met een aanvulling.
Originele album cover voor Theban, een historische strip van Bus uit de jaren 1950. 
Zijn lange termijn geheugen was in ieder geval nog prima in orde, en hij vertelde honderduit over zijn tekencarrière vanaf het begin. Hij liet ook een map zien waarin hij de eerste pagina's had gestoken van elke strip die hij heeft getekend, alsmede covers voor de bladen Sjors (met ook geschilderde illustraties van Trigië en Billie Turf, een mooi staaltje van zijn veelzijdigheid), Eppo en ander werk. Ik vond het een sympathieke en ook bijzondere man.
Olaf Noord, de eerste strip van Bert Bus
Bert Bus (19 juli 1931 - 28 aug. 2017) debuteerde in 1953 met de sciencefictionstrip Olaf Noord, een van de klassieke jeugdstrips uit die tijd en stapte later over op het maken van historische (Theban, de eerste wereldreiziger) en avonturenstrips (De brug in het oerwoud, Huckleberry Finn), een afwisseling waar hij van hield. Bus publiceerde grotendeels zijn stripverhalen in het blad Sjors en maakte ook strips voor Tina, Eppo en zijn opvolgers.
Cover voor Archie - album 3
Zijn bekendste strip is Archie, de man van staal, een Engelse stripreeks die hij overnam omdat Sjors geen verhalen meer kreeg toegestuurd, en waar hij een gemoderniseerde versie van tekende. In latere jaren maakte hij Stef Ardoba, Malorix en Russ Bender, zijn laatste strip voordat hij met pensioen ging, na een carrière van 43 jaar in dienst als tekenaar bij De Spaarnestad.
Originele cover Stef Ardoba - Het geheim van de tempel (1980)
In 2004 ontving hij, samen met zijn collega's en vrienden Harry Balm en Nico van Dam, de Bulletje en Boonestaak Schaal van Het Stripschap voor zijn bijdragen aan de wieg van het Nederlandse beeldverhaal.
Nico van Dam en Bert Bus
Bert Bus was lange tijd een van de belangrijkste Nederlandse sciencefictiontekenaars. Ook mag zijn aandeel in het populair worden van het historische stripverhaal niet worden onderschat. Een vakman die we niet mogen vergeten. (RS)

Deze tekst staat ook (in licht gewijzigde vorm) op Striptip!
Lees ook het Bert Bus IM van journalist en stripkenner Joost Pollmann.

Een aantal Bert Bus strips op een rij met beeld: www.freetimeweb.nl/home/strips/bert-bus.html

01 september 2017

Kim Duchateau brengt hommage aan Nero in Knack

Een betoverde Madam Pheip en Madam Nero in Knack deze week.
Kim Duchateau, bekend van stripbabe Esther Verkest en Aldegonne en altijd een groot fan geweest van de strips van Marc Sleen, publiceert sinds 12 juli een gloednieuw Nero stripverhaal in het Belgische weekblad Knack. Hierboven een plaatje van deze week uit De zeven vloeken.

Duchateau tekent en schrijft zijn hommage-verhaal in zijn eigen stijl maar gooit zich helemaal in het universum van Sleen en Nero. "De zeven vloeken speelt zich af in het nu, met laptops en gsm's bijvoorbeeld. Maar het blijft de strip die het altijd al was." In het najaar volgt de album uitgave.
Daarmee wordt ook de zeventigste verjaardag van de stripreeks gevierd. Geestelijk vader Marc Sleen zal dat zelf niet meer meemaken, hij overleed op 6 november 2016 in zijn woonplaats Hoeilaart op 93-jarige leeftijd.

Lees ook het Knack-artikel Kim Duchateau wekt Nero weer tot leven met hommagestrip.
Intro van Nero - De zeven vloeken (2017)

24 augustus 2017

Je 1e druk Amoras: misschien geen volledige 1e druk

Onlangs kwam ik in mijn archiefje een artikel tegen dat is geschreven door Pierre Borms en Patrick Vranken. Aangezien het om een knipsel gaat kan ik niet zien waar het in heeft gestaan, maar een artikeltje over Asterix: 'Het geheime wapen' dat er als aankondiging ook in staat, geeft aan dat het uit in elk geval uit 2005 stamt en mogelijk, gezien de auteurs, is het een uitgave van Brabant Strip Magazine. De beide heren beschrijven een interessante ontdekking die volgens mij onvoldoende is doorgedrongen in de stripwereld. 
De 1e druk uit 1947 met als titel Op het eiland Amoras.
Het eiland Amoras (1947) is in de eerste druk in twee typen uitgegeven, en wel een door Uitgeverij N.V. Standaard Boekhandel en een door De Stem. Beide zijn te herkennen aan natuurlijk de uitgeverij en aan de oude spelling die toen nog werd gehanteerd. De 2e druk van de Standaard Boekhandel heeft die spelling ook (De Stem werd niet opnieuw gedrukt in de oude spelling). Ook geeft de achterkant de juiste informatie, namelijk voor de 1e druk met de Zoo ik-serie en voor de 2e druk de aankondiging van de Suske en Wiske's De sprietatoom en De vliegende aap. 

Maar je moet werkelijk zeker zijn dat je boekje wel helemaal klopt. Ofwel; is een eerste druk wel helemaal een eerste druk?
Wat is het geval? Niet elk album komt ongeschonden uit de kinderhanden en vaardige verzamelaars en handelaren combineren dan diverse elementen van de verschillende albums zoals voor- en achterkanten en/of interieurs. Zo ontstaat er een nieuw oud boek met desnoods een plakbandje over de rug. Het is dus zaak om zowel de achterkant, als de voorkant als het interieur te kunnen herkennen.

de binnenkant
Er is namelijk een belangrijk onderscheid: het interieur van zowel de beide 1e drukken plus de 2e druk van De Standaard en de volgende drukken. De schrijvers van het stuk hebben een exemplaar in handen gekregen waarin aanwijzingen zijn opgenomen die in de 3e en volgende drukken zijn toegepast. Die kleuring was namelijk aanvankelijk niet overal consequent gedaan. Als voorbeeld; Wiske haar jurkje is op het laatste plaatje van pagina 15 rozerood.


Met het roze 'kleedje' en de gecorrigeerde versie in de 3e druk e.v..
In de versies erna wordt deze weer wit. En zo zijn tal van correcties terug te vinden. Zo is Sus Antigoon in de eerste druk op bladzijde 34 ook rozerood, evenals het jurkje van Wiske. Helemaal fout dus want een en ander behoort wit te zijn, en zo geschiedde.

Zo komt Sus en de kleding van Wiske beter tot zijn recht.
Om af te sluiten met nog zo'n voorbeeld. De rode mantel van Jef Blaaskop was in de eerste drukken wit (bladzijde 37, 2e plaatje) in plaats van rood.

Bij deze twee plaatjes is het overigens precies andersom dan bij de andere voorbeelden; wit moest rood worden terwijl het gros van de verkleuringen rozerood wit moest worden. Aan de hand van die kenmerken kun je je boekblok identificeren. Alleen werpt deze aardige kleurstudie een probleem op. De eerste herdruk van de Standaard heeft namelijk hetzelfde boekblok als de 1e druk, dus met die 'verkeerde kleuringen'. Overigens zijn er wel meer 'verkleuringen' zelf te vinden. Een aardige bezigheid als het regent.
Ook werd tegelijk met de omkleuring het oude taalgebruik aangepakt. Wiske zegt dan niet meer op het laatste plaatje van pagina 5 bijvoorbeeld Zoo, maar Zo. Aan de hand hiervan is geen duidelijkheid te krijgen wat betreft het boekblok.

Overigens geeft Catawiki als het jaar van de omkleuring en taalkuising 1949 aan en de stripcatalogus van Hans Matla vermeldt 1948, maar dit terzijde. Alleen bestaat de kans dat er in een werkelijke 1e druk (cover) een boekblok zit van een 2e druk De Standaard, want die zijn krek gelijk. Misschien dat het papier anders is, maar dat kan ik met mijn 1e en 3e druk dus niet controleren. Het zou kunnen, want het papier van mijn 3e druk is iets minder grof van snit dan de 1e druk.
1e druk uit 1947 met voorkant van 3e druk.
Wat ook nogal onbekend is, zijn de verschillen van de voorkanten. Bij de echte eerste drukken van de twee uitgeverijen van Het eiland Amoras, staat 'Willy Vandersteen' op de cover over een lengte van 7,9 cm afgedrukt en 'Uitgeverij N.V. Standaard—Boekhandel' heeft een lengte van 8,7 cm. Dat is de enige echte voorkant van de uitgave van 1947.
In de druk die erop volgt van 'De Standaard', de 2e druk dus, heeft Willy's naam een lengte van 7,4 cm en is de naam van de uitgever 8,8 cm. Last but nog least verandert dat laatste bij de 3e en volgende drukken in 9 cm. Menig freak zal zich die mogelijkheden van een huwelijk, zoals de schrijvers van het stuk dat omkatten noemen, behoorlijk aantrekken. Het venijn in het niet kloppen van de twee kanten van de covers, in combinatie met het boekblok, kan een struikelblok zijn voor het hebben van een brandschoon en kloppend exemplaar. Let in elk geval goed op als er plakband is gebruikt. Een huwelijk is zo gesloten.

Als PS: de scans zijn niet bijster mooi, maar dat komt omdat voor deze kleurstellingen rasters werden gebruikt om nuances aan te brengen. Excuus ervoor. (HvK)

NASCHRIFT (26 augustus 2017)

“Net na de publicatie van deze uitleg over 1e drukken voor Het eiland Amoras, werd ons meegedeeld door Menno Barkema van de Leidse Stripshop dat een huwelijk ook goed te zien is aan de nietjes. Die zitten in vrijwel elk album op een andere plek. Dat komt omdat deze houdertjes er met de hand (!) in werden geniet. Op die manier is dit, als de gaatjes nog te zien zijn, een niet vervalsbare vingerafdruk voor een niet omgekate uitgave. Met dank voor de tip.” (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus Slim: Kamerlid PiemelHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus Slim: Bomaanslag in de bergenEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue)Majesteitelijke UitglijerFournier, Suske en Wiske en Dick BosFoute teksten bij onze wereldvermaarde held, Rik overleeft de kogels (Rik Ringers) en Hoe geel is een bruine schoen ? (Ton en Tinneke)

19 augustus 2017

Eppo 17 - De boekenkast van Kenny Rubenis

Kenny Rubenis thuis in Rotterdam met een Kenny-buikspreekpop (27 mei 2017). Copyright foto: Robin Schouten.
In stripblad Eppo nr. 17 staat van mij: De boekenkast van... Kenny Rubenis. De auteur van Dating for Geeks, die speciaal voor deze Eppo (en het nummer erna) extra lange afleveringen maakte van deze populaire Metro-strip is met zijn Rubenesk-cartoons op de postpagina ook zo'n beetje de huistekenaar van Eppo. 

Voor De boekenkast van... heeft Kenny een all time favoriet als Casper en Hobbes laten liggen en koos hij voor boeken van Marc van der Holst, Tom Gauld, Bryan Lee O'Malley en Luke Pearson. Eppo nummer 17 ligt tot 31 augustus in de winkel en is ook online te bestellen via de Eppo site.
De boekenkast van Kenny Rubenis. Copyright foto's: Robin Schouten. Voor een groter formaat, mail naar incognito@comic.com
Door de publicatie van zijn gagstrip Dating for Geeks in de Metro én online bereikt Kenny Rubenis (1984) dagelijks een groot publiek. “Je kunt het een licht autobiografische strip noemen. Ik doe er zelf in mee omdat het over nerds gaat. Het is gewoon leuk om jezelf af en toe in de krant terug te zien.” 

Naast een diverse stripverzameling van Nederlandstalige en veel Engelstalige strips heeft Kenny ook poppetjes en andere strip -en tekenfilm prullaria in huis. Strips werden bij hem thuis al met de paplepel ingegoten. “Mijn moeder las ook als kind veel strips en sinds ik me kan herinneren waren ze in huis zoals Asterix en Lucky Luke. En ik had een abonnement op de Donald Duck.” In de leesmap ontdekte hij de stripbladen zoals Sjosji en Striparazzi en zo kwam hij in aanraking met Nederlandse striptalenten. “Spekkie Big en De familie Fortuin vond ik heel leuk, evenals de strips van Mars Gremmen. In mijn pubertijd begonnen de webcomics op te komen en die ben ik toen zelf ook gaan maken. Zo heb ik veel andere stripmakers leren kennen zoals Fokke & Sukke – tekenaar Jean-Marc van Tol waarvoor ik vijf jaar heb gewerkt als assistent. Bijna al zijn werk voor Eppo heb ik toen ingekleurd en ook aan een paar stripafleveringen meegeschreven. Daarna ben ik gaan freelancen met mijn eigen werk.”

Kenny houdt van veel verschillende dingen (“Ik lees strips graag in de originele taal”) en heeft boeken uitgekozen die de Eppo lezers volgens hem nog niet direct kennen. Lees het in Eppo nummer 17.
Eppo nr. 17 met De boekenkast van Kenny Rubenis.

19 juli 2017

Aimée de Jongh stopt met Metro-strip Snippers

Stel je voor: je publiceert als 28-jarige een semi-autobiografische strip die een enorme fanbase heeft opgebouwd en elke dag wordt gevolgd door meer dan 1 miljoen lezers. Toch stopt Aimée de Jongh (1988) definitief met het schrijven en tekenen van de krantenstrip Snippers die 5,5 jaar dagelijks in de krant heeft gestaan. Op donderdag 20 juli verschijnt de laatste aflevering in Dagblad Metro.
De Jongh licht toe: "De afgelopen maanden werd het steeds lastiger om de grappen voor Snippers op papier te krijgen. Soms duurde het 3 uur om een grap te verzinnen. Ik bleef maar schetsen, schrijven, krassen, en vooral staren naar het papier, net zo lang tot ik een goede grap had. En dan moest ik er nog vier.
Een andere factor in mijn beslissing is De Terugkeer van de Wespendief, de graphic novel uit 2014 die een internationaal succes bleek, met zelfs een verfilming tot gevolg (uitgezonden als Telefilm op 22 maart 2017). Ik denk nog vaak terug aan het plezier dat ik had tijdens het maken van dit grote, serieuze stripproject. Sinds het boek zijn er ook verschillende uitgeverijen die een nieuwe graphic novel van mij willen uitgeven, en ik realiseer me dat dit een hele bijzondere positie is. Daarom heb ik besloten om me voorlopig te richten op het maken van graphic novels. Gewoon omdat dit het moment is om het te doen." Lees het volledige persbericht op haar site via deze link.
Een recente aflevering van Snippers
Albums van Snippers zijn nog steeds verkrijgbaar, bij de auteur zelf op stripbeurzen of in (web)winkels. Op de Facebookpagina van Snippers is het mogelijk om een reactie achter te laten. Deze worden niet beantwoord door de stripmaakster maar wel door haar gelezen.
Toekomstige signeersessies van Aimée de Jongh (voor Snippers albums van Strip2000 en sinds kort bij Uitgeverij L) worden tevens op deze Facebookpagina aangekondigd.