05 december 2017

Hans G. Kresse expo bij Bijzondere Collecties (t/m 5 dec.)

Bij de Bijzondere Collecties van de UvA is tot en met vandaag 5 december een kleine Hans G. Kresse expositie te zien met ook wat originele werken, o.a. een strippagina uit een van de eerste delen van de Indianenreeks en een kleurenillustratie voor het stripweekblad Pep.
Deze tentoonstelling is een overblijfsel van de Kressedag 2017 die op 25 november plaatsvond bij de Bijzondere Collecties (waarvan binnenkort op deze blog een verslag).

Adres:
Bijzondere Collecties (tegenover de Munttoren), Oude Turfmarkt 129, 1012 GC Amsterdam Tel: 020 - 525 2473 website: uba.uva.nl/locaties/bijzondere-collecties.html
Copyright foto's: Robin Schouten (2017)

02 december 2017

Eppo 24 - De boekenkast van Charel Cambré

In stripblad Eppo 24 staat van mij De boekenkast van...Charel Cambré. Hij bereikte een enorm lezerspubliek als tekenaar van de Suske en Wiske spin-off Amoras op scenario van Marc Legendre. Momenteel werkt het Vlaamse stripduo aan Robbedoes Special waarvan deze maand deel 2 verschijnt. Voor zijn favoriete boeken koos Cambré voor stripauteurs die hij las in zijn jeugd (Nys, Franquin, Godard) en ook daarna leerde kennen (Gazzotti/Vehlmann). Eppo nummer 24 ligt nog tot 7 december in de winkel en is ook los te bestellen via de Eppo site.
Charel Cambré thuis in België, 11 september 2017. Foto's: Robin Schouten. (Voor een hogere resolutie, mail naar incognito@comic.com)
Met de series Jump en Filip & Mathilde (een parodie op het Belgisch koningshuis) kende Cambré al goede verkoopcijfers in België en door Amoras is hij ook heel bekend geworden in Nederland. “Ik moet hard voor dit succes werken maar wat ik ervoor terugkrijg voelt heel plezierig. De samenwerking met Legendre verloopt heel goed, we zijn ook vrienden.

Ik kom uit een klein Vlaams dorpje en daar las ik de stripklassiekers. Piet Pienter en Bert Bibber is een echte Vlaamse strip met super grappige verhalen. In een café bij ons in de buurt leerde ik veel andere strips kennen zoals Sammy en De Blauwbloezen. Ik was een enorme fan van Sammy, daar vind ik scenarist Cauvin op z’n best. Tussen mijn 10e en 15e jaar heb ik de meeste boeken gekocht en gelezen, vooral de komische strips. Mijn tekenwerk is een mengelmoes van alles wat ik ooit heb gelezen. Daar zit zowel Turk in als Berck, Jean-Pol, Franquin maar ook Nys, Vandersteen en Godard.”

27 november 2017

Eppo Enquête 2017 - Stem op De boekenkast van...

De jaarlijkse Eppo enquête staat weer online. Tot 30 november kan iedereen via deze link zijn stem uitbrengen op de vele strips die het afgelopen jaar in Eppo zijn verschenen en ook op de vaste rubrieken zoals De boekenkast van... Het afgelopen jaar heb ik daar weer diverse Nederlandse en ook buitenlandse stripauteurs voor geïnterviewd: Michiel Offerman, tekenaar van Star Barz (Eppo 1), Frodo de Decker, auteur van De Ridder (Eppo 3), Roelof Wijtsma, tekenaar van Roel Dijkstra (Eppo 4), Michiel de Jong, tekenaar van Suske en Wiske - De charmante chirurg (Eppo 7), Dino Attanasio, de vroegere tekenaar van o.a. Johnny Goodbye (Eppo 9), André-Paul Duchâteau, de vroegere schrijver van o.a. Rik Ringers (Eppo 11), Kenny Rubenis, auteur van Dating for Geeks (Eppo 17), Jan Vriends, auteur van de Tina-strip Roos en de titelstrip Tina (Eppo 18), Alexis Dragonetti, Gedelegeerd Bestuurder van Ballon Media (Eppo 19), Emma Ringelding, tekenaar van Amorfati (Eppo 22) en Bruno de Roover, schrijver van de Vikingstrip Jylland (Eppo 23). Daarnaast heb ik ook voor Eppo een artikel geschreven over 60 jaar Guust Flater (Eppo 21) en een interview gedaan met de auteurs van Jylland (Eppo 22). 
Behalve je stem uitbrengen kun je bij de Eppo enquête 2017 ook je opmerkingen en tips kwijt zodat de redactie met jouw feedback aan de slag kan voor de tiende jaargang van de 'nieuwe' Eppo in 2018. Als dank voor je mening maak je kans op een van de vijf strippakketten ter waarde van 50 euro!

21 november 2017

Eppo 23 - De boekenkast van Bruno de Roover

In Eppo 23 staat van mij: De boekenkast van... Bruno de Roover. Sinds het vorige nummer staat hij in Eppo als de scenarist van de Vikingstrip Jylland - met tekeningen van Przemysław Kłosin (zie dit bericht). Liefhebbers kennen hem ook van zijn eigen gaggstrip Café Cowala en als schrijver van J.ROM - Force of Gold voor Romano Molenaar en De tuin van Daubigny voor Luc Cromheecke. Voor de Boekenkast-rubriek heeft Bruno zijn favoriete boeken per thema verzameld met stripauteurs uit Nederland, België, Frankrijk en Amerika. Eppo nummer 23 ligt nog tot 23 november in de winkels en is ook los te bestellen via de Eppo website. 
Bruno de Roover thuis in Antwerpen, 12 juli 2017. Copyright foto's: Robin Schouten. (Voor een hogere resolutie, mail naar incognito@comic.com)


07 november 2017

Eppo 22 - Interview auteurs Jylland (Bruno de Roover en Przemyslaw Klosin)

 Uit bijzondere samenwerkingen kunnen mooie strips ontstaan. Laat dat ook zo zijn bij de nieuwe Vikingstrip Jylland dat speciaal voor het stripblad Eppo wordt gemaakt door de Belgische scenarist Bruno de Roover (J.Rom, De tuin van Daubigny) en de Poolse tekenaar Przemyslaw Klosin (24/7).  Jylland is een stoere avonturenstrip die zich afspeelt in de tijd dat de Noormannen de kusten van Europa teisterden met hun plundertochten. Maar naast actie wordt er ook een persoonlijk verhaal verteld over de regerende familie over de vikingstam. Intriges en geheimen ten top.
In Eppo nr. 22 gaat het eerste verhaal van start, Magnulv de Goede. Ter introductie heb ik beide Jylland auteurs geïnterviewd voor een 2-pagina artikel. 
Bruno de Roover in Antwerpen, 12 juli 2017. (Copyright foto: Robin Schouten)
Daarin zegt De Roover onder andere dat dit eerste verhaal een afgerond einde heeft maar dat hij het zo heeft geschreven dat er makkelijk een vervolg op gemaakt kan worden. Ik ben in ieder geval heel enthousiast over de start van Jylland, met subliem tekenwerk en dito inkleuring van Klosin. Ook tekende hij de cover van Eppo 22. Dit nummer ligt tot 10 november in de winkel en is ook los te bestellen via de Eppo site. 
Przemyslaw Klosin werkt aan de Jylland cover voor Eppo nr. 22, 2017

01 november 2017

Jansen is de naam

Naar het schijnt rizzelt het in Hergé's creatie Kuifje van de fouten en foutjes. We vonden er twee in het duo-album Raket naar de maan (1953) en Mannen op de maan (1954). Het gaat om de detectives Jansen en Janssen, althans hun naam.
Wat wil het geval.
De detectives hebben zich verkleed als lokalen om een buurtonderzoek te doen rond de fabriek waar professor Zonnebloem zijn raket aan het bouwen is met een uitgelezen team van specialisten. Het tweetal wordt gevankelijk voorgeleid aan de directeur van de onderneming, de heer Baxter. Onderop zegt Bobbie 'Daar heb je het al. De roemrijke intocht der gebroeders Janssen' (bladzijde 18 uit Raket naar de maan, uitgave Ottens A62-1, Casterman).
Onze veelnamers voorgeleid. (Copyright Hergé en Casterman)
Gebroeders?
Hier moet Hergé de weg zijn kwijt geweest of zijn wij het? De detectives gaan in het Nederlands en in de moderne versies door het leven als Jansen en Janssen... de een met één s en de ander met twee s-en in het midden van de naam. Het zijn dus geen broers. Het zijn look-a-likes, waarvan de een een snor heeft die recht naar beneden wijst en de ander een snor met opwippende punten. Iets wat triggert is dat aanvankelijk de heren in het Kuifje album De sigaren van de farao (1934) de codenaam x33 en x 33bis kregen... beiden eenzelfde nummer... hm. Dat impliceert vagelijk eenzelfde naam. Dit plaatje komt volgens het naslagwerk Tintin zwart op wit van Marcel Wilmet uit Le Cigares du pharaon (uitgave 1938, codering Ci2a).
Beiden X33 (Copyright Hergé en Casterman)

Afijn, niet een heel erge uitglijer, want het kan een 'bij wijze van spreken' zijn van Bobbie.
Toch ontkomen we niet aan een werkelijke uitglijer.
De namen werden in de loop van de tijd in het Nederlandse taalgebied steeds iets anders. Jansen en Janssen, zoals tegenwoordig wordt gehanteerd, maar het is ook Jansen en Jansens geweest en Janssen en Janssens. Bij hun introductie waren het nog Peters en Peeters en wel in het proefnummer van De Bengel, een Nederlandstalige tegenhanger van Le Petit Vingtième.
Uit De Bengel (1940) onder de titel Van Tintin en Milou (Copyright Hergé en Casterman)
Maar altijd twee verschillende namen. Soms worden ze als stel genoemd zoals in het Frans, waar ze Dupont en Dupond heten, en soms zijn ze aangeduid als 'les Dupondt'. Het is een samengaan van de twee namen,  compleet met de d en de t. Bobbie hanteert dat dus ook als hij zegt 'gebroeders Janssen'. Hij laat Jansen en Janssen feitelijk samen gaan al is dat hier niet zo duidelijk als bij Dupondt. Gezien het verloop van het verhaal klopt dit echter niet.
Wat blijkt. In Mannen op de maan (uitgave: Ottens A62-1) worden de beide heren op bladzijde 38 voor de eerste keer voluit bij hun naam genoemd.
Een andere naam (Copyright Hergé en Casterman)
Hier heten ze Jansen en Jansens, terwijl Bobbie spreekt van Janssen met de dubbel s. Het had dus consequent 'gebroeders Jansens' moeten zijn, zoals ze ook in de Mannen worden genoemd.
Er is dus gebruik gemaakt van de meest moderne versie van de detectives in de Raket en de oudere in de Mannen. Beiden delen komen uit 1962 dus er is geen sprake van een nieuwe en oudere versie. Overigens is deze fout hersteld in de hedendaagse Mannen. Compliment. Van sommige uitgevers kun je niet zeggen zo alert te zijn voor hun herdrukken.

Alleen heeft men de neiging om dan ook weer te gaan hertalen in de nieuwste versies. Zo noemt  Bobbie bij de binnenkomst van het tweetal hen ineens de 'Janssen Brothers'. Je kunt dit met een gerust hart een Uitglijer noemen. Met name Kuifje werd altijd geroemd vanwege het taalgebruik dat de vertaler voor de reporter hanteerde. Ook hebben we Jansen al eens shit zien zeggen (zie de vorige )… straks kunnen we alleen nog de Engelse taalversie lezen. En gezien de behoefte van de Engelsen, en dan doel ik op de hertekende Zwarte Rotsen die een ware Hergé adept onooglijk vindt, lijkt mij dat niet de weg voor Kuifje om in te slaan. Het kan alleen maar slechter worden, ondanks de Uitglijertjes die we zo nu en dan vinden in de Nederlandstalige albums. (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus Slim: Kamerlid PiemelHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus Slim: Bomaanslag in de bergenEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue)Majesteitelijke UitglijerFournier, Suske en Wiske en Dick BosFoute teksten bij onze wereldvermaarde heldRik overleeft de kogels (Rik Ringers) en Hoe geel is een bruine schoen ? (Ton en Tinneke)

25 oktober 2017

Eppo 21 - 60 jaar Guust Flater

Guust Flater viert dit jaar zijn zestigste verjaardag, en dat wilde het stripblad Eppo niet zomaar passeren. Op verzoek van de redactie heb ik een 2-pagina portret geschreven over dit sympathieke stripfiguur en zijn geestelijk vader André Franquin getiteld 'Tijdloze humor met 60-jarige Guust Flater'. Een hele leuke opdracht was dat! Eppo nummer 21 ligt in de winkel tot 26 oktober en is ook los te bestellen via de Eppo site.

Voor het portret heb ik een paar Nederlandse stripauteurs geïnterviewd die geïnspireerd zijn door de luie postsorteerder en Franquin, namelijk Elsje-tekenaar Gerben Valkema (die ook de covertekening maakte van Eppo nr. 21, tevens de omslag van het Guust Flater hommagealbum Gefeliciflaterd!) en Eppo-scenarist Alex van Koten.
Speciaal voor het artikel had Alex een montage gemaakt van een fragment van de Eppo gag gepubliceerd in Eppo nr. 18 (getekend door René Uilenbroek) samen met een plaatje uit een Guust Flater gag waardoor hij zich had laten inspireren. Deze afbeelding is niet gebruikt, maar hier is het.
Guust Flater (Copyright Franquin en Dupuis) als inspiratie voor de Eppo-strip van René Uilenbroek en Alex van Koten (uit Eppo nr. 18, 2017)