20 juni 2017

Fflint - Nieuw album van een oude stripheld

Fred de Heij, Seb van der Kaaden en Ger Apeldoorn  (Foto: Mariella Sormani)
Strips rukken op in de boekhandels. In het kader van de Spannende Boekenweken was op 17 juni in Haarlem bij H. De Vries Boeken de officiële presentatie van het stripboek Fflint en het Mysterie van de Nevelhaaien. Tekenaar Fred de Heij en scenarist Ger Apeldoorn kregen de eerste exemplaren uit handen van hun uitgever Seb van der Kaaden.

Op initiatief van Apeldoorn (ook auteur van De Jaren Pep) maakte het duo een doorstart van de Victoriaanse detectiveserie uit Pep in het vorig jaar gelanceerde kwartaalblad StripGlossy. De eerste drie verhalen van de Londense ‘mysterioloog’ Llwelyn Fflint verschenen reeds begin jaren 1970 en kwamen uit de koker van de Belgische scenarist Yvan Delporte ('een kruising tussen de populaire tv-series Sherlock Holmes, Ripper Street en Fringe'.) Als tekenaar liet hij zijn oog vallen op Peter van Straaten. Die voelde zich echter weinig op zijn gemak bij Pep en als striptekenaar in het bijzonder, omdat hij gewend was als cartoonist en illustrator te werken. Dat is ook te zien is in zijn stripversie dat bovendien werd gepubliceerd in zwart-wit. Fred de Heij, zonder te weten dat hij de volgende Fflint-tekenaar zou worden publiceerde in 2012 een compleet verhaal van Van Straaten op zijn blog.

De oorspronkelijke reeksnaam Llwelyn Fflint is nu afgekort tot ‘Fflint’. In het eerste album zijn vier verhalen gebundeld. 'Het mysterie van de nevelhaaien' was ook de titel van het eerste verhaal dat Delporte en van Straaten maakten voor Pep.
April 2016: Peter van Straaten leest aandachtig het eerste Fflint verhaal, een herbewerking van zijn strip met Delporte (Foto: Ger Apeldoorn)
Voor het eerste nummer van StripGlossy (juni vorig jaar) maakten Apeldoorn en De Heij er een nieuwe bewerking van, om daarna aan de slag te gaan met gloednieuwe verhalen. Anno 2017 werkt Llewelyn Fflint als bibliothecaris bij het British Museum en kun je hem eerder amateurwetenschapper noemen dan iemand met een gedegen opleiding die allerlei fantastische avonturen beleefd. Peter van Straaten kreeg de nieuwe Fflint strip vantevoren te lezen, en zijn commentaar was veelzeggend: “Weet je, ik kan me er niks meer van herinneren”. De kwaliteit is er zeker niet minder om, dankzij de inventieve verhalen van Apeldoorn en het dynamische en gedetailleerde tekenwerk van De Heij.
Fflint en het Mysterie van de Nevelhaaien
Ger Apeldoorn (scenario's) en Fred de Heij (tekeningen)
Uitgeverij Personalia, 2017

Er is zowel een softcover (56 pag.) als een hardcover (68 pag. inclusief dossier) van verschenen. Online te bestellen via deze link. Ook verkrijgbaar bij de stripspeciaalzaken en boekhandels.

05 juni 2017

Eppo 11 - De boekenkast van André-Paul Duchâteau

In Eppo nr. 11 staat van mij De boekenkast van ...met deze keer de veelzijdige stripscenarist
André-Paul Duchâteau. De inmiddels 92-jarige Belgische auteur werkte tot 2010 met tekenaar Tibet aan de beroemde detectiveserie Rik Ringers en schreef ook voor onder andere Rosinski (Hans), Vance (Bruce J. Hawker), Denayer (De Brokkenmakers), Franz (Hyperion) en Follet (Terreur). Als hoofdredacteur van weekblad Kuifje loodste hij in de jaren 1970 Cosey en Rosinski in het blad, twee tekenaars die hij samen met Franz en Franquin heeft gekozen als favorieten voor de Boekenkast rubriek. Eppo nr. 11 ligt nog tot 8 juni in de winkel en is ook te bestellen via de Eppo site.
Duchâteau op 8 februari 2017 in zijn werkkamer in Ukkel, België. 
André-Paul Duchâteau (1925) begon zijn schrijverscarrière, met een voorkeur voor het politiegenre, op 15-jarige leeftijd. Eind jaren veertig maakte hij de eerste stappen naar het stripverhaal en in 1955 creëerde hij Rik Ringers, de populaire misdaadstrip waarvan hij 78 boeken maakte met tekenaar Tibet tot aan zijn dood in 2010. Rik Ringers is ook in Pep gepubliceerd waarvoor Duchâteau speciaal de strip Pep en Stef heeft bedacht. Behalve voor zijn vriend Tibet heeft de Belgische scenarist nog veel meer stripverhalen geschreven en in diverse genres, zoals voor Denayer, Paape, Franz, Rosinski, Hulet, Vance en Follet. Daarnaast werkte hij als hoofdredacteur van het weekblad Kuifje en literair directeur van uitgeverij Lombard. Bij uitgeverij Lefrancq was hij verantwoordelijk voor het opzetten van de detectiveseries.
Poserend voor een geschilderde albumcover van Hans, de sciencefictionserie die hij schreef voor Rosinski en later voor Kas.  (Copyright foto's: Robin Schouten. Voor een grotere resolutie, mail naar incognito@comic.com)
Duchâteau schrijft nog steeds, een 1-pagina whodunnit strip voor het Franse TV-blad Télé 7 en ook werkt hij aan zijn memoires met als titel ‘Mijn leven is een enigma’. “Werken houdt me in vorm. En ik ben dol op lezen en schrijven”, onthult de 92-jarige auteur die het schrijven van nieuwe Rik Ringers verhalen nu overlaat aan Zidrou, met tekeningen van Simon van Liempt.

27 mei 2017

Ben Westervoorde - André Hazes

Vorige week bezocht ik stripwinkel Jopo de Pojo (voorheen stripwinkel Silvester) in Haarlem. Daar zag ik deze mooie André Hazes-tekening hangen van Ben Westervoorde die hij daar in december maakte tijdens een signeersessie van het eerste deel uit de Hazes stripbiografie 'Bloed' (scenario: Jan-Willem de Vries) dat vorig jaar verscheen bij uitgeverij Silvester. Hierna volgen nog de delen 'Zweet' (dat Westervoorde momenteel aan het tekenen is) en 'Tranen'. Wordt vervolgd dus.

Ga voor meer info + beeld naar: www.silvesterstrips.nl/strips/andre-hazes/1-bloed
Jan-Willem de Vries en Ben Westervoorde in 2016 bij de presentatie van deel 1 uit de  André Hazes stripbiografie.

09 mei 2017

Hans Kresse in Boekenpost 149

In het jongste nummer van Boekenpost, het tweemaandelijkse tijdschrift over boeken, staat een artikel over striptekenaar en illustrator Hans G. Kresse (1921-1992) waarin Kresse-archivaris Rob Aalpol vertelt wat hij doet met en voor de nalatenschap van Hans Kresse. Het blad wordt gesierd met een prachtige voorplaat die Kresse oorspronkelijk maakte in 1955 voor nr. 50 van het blad Panorama.

In Boekenpost staat in elk nummer een artikel over strips van de hand van Wilco Tuinenburg en voor dit nummer schreef hij 'Martin Lodewijk: Een hommage aan Neerlands enige echte stripspion' waarvoor hij met Eppo hoofdredacteur -en uitgever Rob van Bavel sprak over de Agent 327 hommages die momenteel in Eppo worden gepubliceerd door diverse stripmakers.

Ook de bekende (en toekomstige Kresse-)biograaf Wim Hazeu is vaste medewerker en levert in elk nummer boeiend commentaar op de boekenwereld.

Bestellen van dit nummer 149 (mei-juni 2017) van het tijdschrift? Kijk op stipmedia.nl/product-categorie/boekenpost en email: info@boekenpost.nl; losse nummers € 7,50; tel. 072–5314978).
De oorspronkelijke Kresse-cover voor Panorama nr. 50, 1955. (Copyright: Erven Hans G. Kresse)

01 mei 2017

Eppo 9 - De boekenkast van Dino Attanasio

Dino Attanasio thuis in Brussel, 8 februari 2017. 

In Eppo nr. 9 staat nu van mij: De boekenkast van... Dino Attanasio. De inmiddels 91-jarige striptekenaar van Italiaanse origine woont sinds 1948 in België. Hij werkte voor alle grote stripbladen en tekende legendarische strips zoals Spaghetti (scenario: René Goscinny), Ton en Tineke, Bob Morane en Johnny Goodbye. Deze gangsterstrip is één van de bekendste creaties van Martin Lodewijk en verscheen vanaf 1969 in Pep en Eppo. Dick Matena schreef voor Attanasio de voetbalstrip De Macaroni’s dat één van de populairste series was in Pep. Voor de boekenkast van... koos de nog steeds actieve Attanasio voor Amerikaanse strips waarmee hij opgroeide in Milaan en die hem hebben beïnvloed, en voor twee grote Europese stripauteurs waarvan hij met één zelf heeft samengewerkt. Eppo nummer 9 ligt tot 11 mei in de winkels en is ook los te bestellen via de Eppo site.
Attanasio met een Spaghetti beeldje in zijn zak. Deze foto is niet in Eppo gepubliceerd. (Foto's: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie: incognito@comic.com)

08 april 2017

Eppo 7 - De boekenkast van Michiel de Jong

Vorige week verscheen van mij in stripblad Eppo nr. 7: De boekenkast van... Michiel de Jong. In het najaar van 2016 leerde het grote publiek deze atoomstijl-tekenaar kennen als één van de zes Nederlandse Suske en Wiske-tekenaars voor een goed doel. Michiel werd voor zijn boek De charmante chirurg gekoppeld aan schrijfster Esther Verhoef. Uit zijn rijkelijk gevulde boekenkast koos Michiel vier favorieten die hem gevormd hebben als tekenaar. Eppo nummer 7 ligt tot 13 april in de winkel en is ook los te bestellen via de Eppo site.
Michiel de Jong in zijn studio in Rotterdam, 19 november 2016. (Foto's: Robin Schouten. Voor een groter formaat, mail naar incognito@comic.com)
Michiel de Jong (1970) is een Rotterdamse tekenaar die al ruim 20 jaar professioneel strips en illustraties maakt. Zijn eerste strips verschenen in diverse amateurstripbladen en vanaf 1993 publiceerde hij ook in mijn stripblad Incognito zoals de misdaadstrip Het ijzeren tijdperk. 
Zijn professionele tekencarrière ving halverwege de jaren negentig aan toen hij Hanco Kolk en Peter de Wit begon te assisteren op stripstudio De Wittenkade. In 1998 publiceerde hij in het blad Sjosji een korte strip, Mikki & Finn. Rond deze periode werkte hij samen met Hanco Kolk voor de serie De Familie Sloterdijk (in Hello You) en ook Peter de Wit klom voor Michiel in de schrijverspen en bedacht de gagstrip Bigg (voor Webber). Het vaakst heeft Michiel strips getekend op scenario van Milan Hulsing, een aantal korte verhalen voor het blad Zone 5300 en ook twee albums: Ode aan Wilhelm (voor de Pincet Reeks) en Operatie Hanuman, een avontuur van Lana Planck met een voorpublicatie in het Algemeen Dagblad. 

Vorig jaar publiceerde ik op mijn blog dit interview met Michiel ter gelegenheid van zijn Suske en Wiske boek, met daarbij unieke schetsen uit De charmante chirurg.
Michiel de Jong voor zijn vitrine met de Stripschappening 2008 voor Operatie Hanuman, 23 december 2016. (Foto: Robin Schouten)
Bekijk hier de portfolio van Michiel de Jong met veel voorbeelden van zijn strip -en illustratiewerk.

29 maart 2017

Rik overleeft de kogels

Na Kuifje is Rik Ringers aan de beurt. Tibet (pseudoniem van Gilbert Gascard, 1931- 2010) en scenarist André-Paul Duchâteau (1925) zorgden voor een flinke reeks avonturen van de held met de Porsche. Een lovenswaardige serie die recent nog een nieuw album opleverde zonder de hand van de meesters weliswaar, maar toch. Hoe beroemd dan ook, hoe geliefd, toch documenteerden de heren scenarioschrijver en tekenaar zich niet altijd voldoende. In het album Het boze drietal (Lombard 1980, herdruk) wordt er flink op los geknald. Op bladzijde 32 begint het festijn. Rik wordt van nabij beschoten, maar reageert niet terwijl er toch een knal klinkt.
Verbazing bij de schutter en de lezer.
Bij een tweede knal slaat Rik zijn aanvaller neer. Het pistool vliegt de lucht in en wordt door gangster nummer 2 opgevangen die doodleuk zegt 'handig zo'n kogelvrij vest'. In de wetenschap dat een kogel met op zijn minst een snelheid van 300 meter per seconde een wapen verlaat (kan oplopen tot aanmerkelijk sneller als er een ander wapen wordt gebruikt of andere ammunitie) dan kun je de impact voorstellen van de kogel die ineens wordt gestopt op je lijf. Het moet toch zijn energie kwijt. Je bent dan niet dood omdat de kogel niet binnentreedt zoals dat zo mooi heet, maar je kunt behoorlijk gewond raken of op zijn minst van je stokje gaan. Rik heeft nergens last van, de wonderboy.
Op zijn minst brandwonden.
Duchâteau en Tibet maken aanvankelijk dus niet een Uitglijer, omdat het hier om losse flodders gaat en er geen kogel op het lijf gestopt wordt. Maar ze laten de gangster wel een fout maken door er vanuit te gaan dat Rik een kogelvrij vest aanheeft. Zou de man zo blond zijn? Zou die niet weten wat een kogel doet, ook op een kogelvrij vest? Ik kwalificeer dat toch als een blunder van de scenarioschrijver.
Ondanks dat hij dus het wapen als ondeugdelijk had moeten beschouwen, knalt hij Rik vol in het gezicht. De knal wordt veroorzaakt door kruit dat de loop verlaat. Dan loop je toch behoorlijke schade op door het kruit; brandwonden, blindheid of doofheid omdat het dichtbij is afgeschoten zoals is te zien. Rik heeft weer geen last van dit alles. Een tweede Uitglijer dus. Afijn, je kunt niet van iedereen verwachten alles te weten, maar om even de telefoon op te pakken en een wapenhandelaar te bellen met de vraag of losse flodders zonder gevaar zijn, is wat je op zijn minst kunt doen. Gelukkig is dat niet gebeurd, anders had ik geen Uitglijer gehad en die is in dit geval zeker geen losse flodder.  (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus SlimHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus SlimEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue)Majesteitelijke Uitglijer, Fournier, Suske en Wiske en Dick Bos en Foute teksten bij onze wereldvermaarde held

Foute teksten bij onze wereldvermaarde held

Kuifje of eigenlijk zijn creator Hergé (pseudoniem van Georges Remi, 1907-1983) maakte ook wel eens wat Uitglijers. Ik heb het Hergé Genootschap er ooit eens om gevraagd, maar kreeg helaas nog geen missers toegestuurd.
Eén van de Uitglijers wist ik zelf te selecteren. Jansen en Jansens waren in De schat van Scharlaken Rackham al gevaarlijk bezig. Eén van de detectives wil de apen bang maken omdat die een geweer in handen hadden gekregen, en hoopte door op hen te richten met zijn wandelstok dat de dieren van schrik het wapen zouden laten vallen. Het tegendeel is waar. De dieren echter doen Jansen na. Kuifje heeft natuurlijk gelijk door dat dit niet slim is.
Tot en met de Kuifje albums met linnen ruggen (1960-1969) is dit blijven bestaan.
En inderdaad vliegen hen de kogels om de oren. Maar Kuifje lijkt hier de initiatiefnemer van de domme handeling. Hij is degene die het geluid van een wapen nadoet. Terwijl Jansen hem op zijn blauwe trui spuugt met de opmerking 'Ongelukkige, laat dat!' Een kind kan de verwisseling zien, alleen Casterman niet. Zo'n fout is meer dan storend en getuigt feitelijk niet van veel klantvriendelijkheid om tot de papieren ruggen aan toe deze Uitglijer te laten staan. De tekst, en nu ga ik doceren, in een strip is van belang ter versterking van het plaatje. Hier is het tegendeel aan de orde en het is dus juist een storende factor. 

De kracht van het woord wordt geïllustreerd aan de hand van de volgende scene die tevens een andere Uitglijer inhoudt. In de oorspronkelijk uitgave van 'De schat' in het Nederlands, waar ook bovenstaande scene te vinden is, zijn weer de tweeling de hoofdrolspelers (De schat van Scharlaken Rackham, blz. 15 van de 1e druk uit 1944, A62-I). Ze verslikken zich in hun pruim. De oorspronkelijke tekst is zeer passend en helemaal des Hergé’s ! Het geeft de voorstelling extra dimensie. Deze tekst stond eveneens in de oudere hardcover A56-II.  
Met een mooie sluitende tekst ingegeven door een gruwel.
Nu kreeg ik een bladzijde onder ogen van een digitale versie die illegaal blijkt te zijn. En ik moet zeggen... het ziet er allemaal verzorgd uit, zij het dat de kleuren toch weer niet zo mooi zijn als de oude gedrukte versie in hardcover en de softe linnen ruggen. Ook de facsimile's missen dat mooie oude, maar dit terzijde. Erger is dat men de tekst heeft aangepast. En niet zo zuinig ook. Als je Jansen en Jansens als karakters gewend bent zie je twee wat dommige mannen die aan elkaar geklonken zijn als een eeneiige tweeling, en blunder op blunder stapelen waar zij elkaar steeds ook in versterken. Zij zijn echter in hun levenswandel onberispelijk. Zo is ook hun taalgebruik verzorgd, ook al herhaalt de een wel eens de tekst van een ander en verhaspelt dat... 'u gekscheert' (wat een heerlijk archaïsch Hergé-woord) wordt dan beaamd met een 'u scheert zich gek'... een leuke toevoeging aan een scene. Met het belang van de tekst wordt in elk geval in de modern taligheid geen rekening mee gehouden, zo blijkt.
Shit ? Ik ook ?
Ik kan dit nauwelijks aanzien... wat een afgang. Dat Jansen 'shit' zegt is hemeltergend en pást niet in het oeuvre. Voor een fan is dit reden De Weduwe en haar partner, ofwel Moulinsart op te wekken om eens flink in te grijpen. De tekst is ondubbelzinnig gemutileerd, om het maar eens zo te zeggen. Ook de reactie van Jansens is gewoon veel minder ! 'Eveneens' is blijkbaar overbodig. Nu verwordt de man in een soort schamel gestotter. Geen Uitglijer van Hergé of Casterman, maar van die illegale producenten. 
Hergé zou zich in zijn graf omdraaien als hij het had gelezen. Nu heb ik de huidige versie er eens bijgehaald. En daar heeft men er 'Sapristi' van gemaakt. 'Verdorie' zoals in de eerste versie is dan toch een stuk moderner, maar wees eerlijk; Sapristi is dan ver te verkiezen boven de verschraling die dreigt binnen het digitale oeuvre.  (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus SlimHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus SlimEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue), Majesteitelijke Uitglijer en Fournier, Suske en Wiske en Dick Bos