30 december 2013

Jan Kruis Glossy t/m 31 dec. in de winkels

De Jan Kruis Glossy met mijn artikel 'De Tachtigjarige Kruistocht' (pag. 12-22) is nog t/m 31 december verkrijgbaar in alle tijdschriftenwinkels in Nederland ! Een prachtig verjaardagscadeau voor de 80-jarige striptekenaar Jan Kruis dat ook te bestellen is in verschillende edities.

29 december 2013

Kerstkaarten - Kim Duchateau, Evert Geradts, Jan van Haasteren en Ed Hengeveld

Kerstkaarten 2013 van verschillende stripauteurs (klik op de afbeeldingen voor een vergroting)
Kim Duchateau (Esther Verkest)

Evert Geradts (Jan Zeiloor, De Alsjemaar Bekend Band, Henk Hond)

Jan van Haasteren kaart gemaakt door zijn grootste fans, Anja Huizing en Rita de Jong. Bezoek ook hun
Jan van Haasteren fansite

Ed Hengeveld liet zich inspireren door een cover van Sjors van de Rebellenclub (door Ed zelf gerestaureerd)

28 december 2013

Kerstkaarten - Hans van Oudenaarden, Hansha, IJsbrand Oost en Freezer

Een paar kerstkaarten die ik kreeg toegestuurd van striptekenaars en cartoonisten. (klik op de afbeeldingen voor een vergroting)

Hans van Oudenaarden (Help me, Rhonda, Bob Evers-strip)

Cartoonist Hansha

IJsbrand Oost (Max Miller)

Freezer (alias Tom de Vries)  

24 december 2013

20 december 2013

Peter van Leersum herinnert zich Don Lawrence

Merry Christmas, mr. Lawrence!

Peter van Leersum werkte als hoofdredacteur van Eppo en daarvoor als artdirector van Kijk, en heeft in die functies heel wat markante stripmakers leren kennen. Speciaal voor StripNieuws blikt hij terug in een serie Herinneringsartikelen. Na Nico van Dam (SN 45), Hans G. Kresse (SN 48) en Peter de Smet (SN 50) lees je in aflevering 4 over zijn persoonlijke ervaringen met Storm-tekenaar Don Lawrence (1928-2003) die op 29 december precies 10 jaar geleden overleed.

Over een gedenkwaardige kersttijd in The Old Postoffice, de levensbedreigende woning van Don Lawrence. Plus: nieuwe feiten inzake de gijzeling van de Storm-tekenaar in een Chinees restaurant te Krommenie.

Eind jaren zeventig ontmoette ik in de legendarische Little Lord – ons stamcafé in Haarlem – Patrick Kelleher. Pat was agent van Don Lawrence, een tekenaar die bij mij, als artdirector van Kijk, hoog op de verlanglijst stond. In die jaren besteedde het populair wetenschappelijk maandblad regelmatig aandacht aan historische onderwerpen en de strip Storm en natuurlijk ook zijn oorsprong, Trigië, hadden me daarom altijd enorm aangesproken.
Met Patrick Kelleher – die een uitstekend agent voor zijn tekenaar bleek te zijn – kon ik het direct prima vinden. Hij wist mijn idee voor een illustratie bij het – wel heel erg populair! – wetenschappelijk verhaal over een allesverwoestend geluidskanon, perfect aan Don over te brengen. De eerste illustratie die Don Lawrence voor Kijk maakte, was een schot in de roos. En bij mijn collega’s kon ik niet meer stuk!
Fragment uit Val van Jericho met behulp van geluidskanon (Kijk, mei 1979)
Daar stond hij dan, de astronaut die verdacht veel op Storm leek, instructies te geven aan Jozua, die voor deze gelegenheid ook nog maar eens stoer met helm en schild te paard werd opgevoerd. De val van Jericho according to mr. Lawrence. Op een volgende opdracht hoefde hij niet lang te wachten.

Bed and breakfast
Na mijn aantreden als hoofdredacteur van het stripblad Eppo in mei 1985, zou ik Don Lawrence regelmatig ontmoeten. De tekenaar was een veelgevraagde gast op signeersessies. En als vanzelfsprekend ontfermde de nieuwe hoofdredacteur zich over zijn sterauteur wanneer deze in het land was. Niet alleen reed ik hem rond – net zoals later Peter de Smet – maar mijn redactie had ook nog bedacht dat Don het wel op prijs zou stellen om bij de nieuwe hoofdredacteur thuis te bivakkeren in plaats van in zo’n onpersoonlijk hotel. Niemand kwam op het idee Don daar zelf naar te vragen. En zo hadden de heer en mevrouw van Leersum plotseling een bed and breakfast. Het viel allemaal niet mee om het onze gast naar de zin te maken. Niet dat Don ooit klaagde, maar de peperdure whisky die we speciaal voor hem hadden ingeslagen, raakte hij niet aan. De Engelsman gaf (maar natuurlijk!) de voorkeur aan gin and tonic. Ook het dichtstbijzijnde Indian restaurant kon hem niet bekoren. Het bleek Indonesian te zijn en erger nog, het voedsel was Javanese zoals Don ons fijntjes liet weten. Wij moesten een hoop leren! Maar de Brit bleef onder alle omstandigheden vriendelijk en beleefd. Zo liet het zich aanzien althans. Op zeker moment spraken we over de voors en tegens van wat Europeanen. Duitsers (Krauts), Fransozen (Frogs). Ik vroeg Don of wij Hollanders bij de Britten wellicht een streepje voor hadden. Hij liet even het masker zakken en antwoordde: “We just tolerate you”. Ach ja, the noble art of insulting. Onze Engelse vriend kon, als het erop aankwam, rechter voor z’n raap zijn dan menig Hollander. Een Eppo-redacteur die graag wilde horen dat zijn Engels niet van dat van een native speaker te onderscheiden was, kreeg van Don een ondubbelzinnig antwoord: “No way”.
Don Lawrence bij stripwinkel Storm, 1986 (foto Robin Schouten)
‘Stripmuseum’

Een van de meest gedenkwaardige uitstapjes die ik samen met Don maakte, was op een vroege zaterdagochtend naar stripwinkel Storm in Krommenie. De winkel was gevestigd in een soort schuur achter de woning van de uitbater. In de woonkamer van het arbeiderswoninkje, aan een plein in het centrum van het Noord-Hollandse dorp, had hij een ‘stripmuseum’ gecreëerd. Midden in het museum stond, uitnodigend, een oude fauteuil, eentje die men nog wel eens voor dag en dauw aan de straatkant ziet staan. Tegen de wanden stonden door de museumdirecteur eigenhandig geknutselde vitrines, gemaakt van wat we tegenwoordig ‘sloophout’ noemen en voorzien van een waterig laagje witte verf. Onder niet geheel kras- en barstvrije glasplaten lagen onder andere enkele Trigië-pagina’s, wat oude Kuifje-albums, een paar originele Sjors & Sjimmie-pagina’s van diverse tekenaars en een pagina van Jan van Haasteren.

Ter gelegenheid van zijn bezoek aan de stripwinkel had Don, op verzoek van de eigenaar, een illustratie van Karl the Viking ter beschikking gesteld om er een poster van te laten drukken. De fans konden die poster in het winkeltje kopen en laten signeren door hun idool, die inmiddels in de fauteuil plaats had genomen. Met een tevreden grijns op zijn gezicht zag de eigenaar van de stripwinkel de rij wachtenden gestaag groeien. Het liep bepaald storm die ochtend, op een pleintje in Krommenie.
Aan het eind van deze dag hard werken, was Don als beloning een maaltijd bij een Chinees restaurant in het vooruitzicht gesteld. Hij zou daar, samen met een door de eigenaar van de stripwinkel streng geselecteerd gezelschap, enige gezellige uurtjes mogen doorbrengen. De hoofdredacteur behoorde, in tegenstelling tot enkele dorpsgenoten en de ouders van de uitbater, uitdrukkelijk níet tot de genodigden. Wel mocht ik, voor het gezelschap in het restaurant bijeen zou komen, nog even samen met Don een drankje komen nuttigen in de boven de stripwinkel gelegen woning. Hier werden we geconfronteerd met een andere passie van de stripwinkelier. Hij bleek een enorm fan van The Beatles te zijn. De inrichting van de woning deed al iets in die richting vermoeden. Aan de wanden hingen foto’s en posters van The Fab Four en op de vloer stonden rijen lp’s van het viertal. Terwijl ik naast Don, op de bank gezeten, een toost uitbracht op een zeer geslaagde dag, vroeg de eigenaar onze aandacht voor enkele zeer bijzondere geluidsfragmenten. Unieke opnames van The Beatles die nimmer aan het vinyl waren toevertrouwd. Don, die diplomatiek in het midden had gelaten of hij dan wel of geen aanhanger was van het Liverpools kwartet, toonde zich aanvankelijk serieus belangstellend. Onze gastheer echter raakte nu zo in vervoering dat hij – ook uit angst in tijdnood te geraken – in steeds hoger tempo de onbekende geluidsfragmenten op zijn gasten afvuurde. Die fragmenten werden steeds korter, het begon op een muziekquiz te lijken. Don en de hoofdredacteur waren ondertussen in discussie geraakt over de diverse externe invloeden op het Beatles-repertoire. Met gevolg dat de inmiddels geheel ontketende fan het volume steeds een tandje hoger zette om de discussiërende heren te overstemmen. Het was de eerste en enige keer dat ik Don Lawrence zijn stem heb horen verheffen: “Could you please turn down that music” verzocht hij zijn gastheer op luide toon. Geschrokken en danig in zijn wiek geschoten, beëindigde deze daarop onmiddellijk het genoeglijk samenzijn en kondigde aan dat het de hoogste tijd was om te gaan Chinezen.
Na afloop van het diner in een Chinees restaurant aan de buitenkant van een treurig winkelcentrum, zou ik de gevierde artiest weer oppikken. Don liep, zoals het een Engelsman betaamt, niet met zijn emoties te koop. Op mijn vraag of hij het naar zijn zin had gehad, slaakte hij slechts een onbedaarlijk diepe zucht.
Don signeert bij stripwinkel Storm in 1986 (foto Robin Schouten)


Verbazing en woede
Tijdens de Stripdriedaagse van 1986 in Breda werd Don benaderd door Hans Matla van uitgeverij Panda. Matla wilde zich graag over het beheer en de verkoop van Don’s artwork ontfermen. Tot de niet geringe verbazing, en vooral ook woede van de man uit Krommenie, besloot Don op het voorstel van Hans Matla in te gaan. En dat terwijl de eigenaar van stripwinkel Storm er altijd vanuit was gegaan dat Don Lawrence van hém was. Hij had toch niet zomaar zijn winkel naar Don’s held vernoemd?! Maar de man uit Krommenie zat niet bij de pakken neer en wist diezelfde dag nog tekenaar Bert Bus over te halen met hem in zee te gaan. Die nacht werd er hard doorgewerkt. De volgende ochtend prijkte er op de stand, die voorheen stripwinkel Storm heette, een nieuw naambord: stripwinkel Malorix.

The Old Post Office met Don, Liz en (uiterst links) Rob van Eijck 
Bijzondere periode
De populariteit van Storm – en zijn tekenaar – werd steeds groter. Ook buiten Nederland werden de albums in prachtige oplages verkocht. Een mooie aanleiding om een interview met Don te laten maken voor het stripblad. Eind december 1986 stak ik samen met de Haarlemse leraar geschiedenis en stripkenner bij uitstek, Rob van Eijck, het Kanaal over om Don te bezoeken. Het was kersttijd – in Engeland altijd een heel bijzondere periode – en het leek mevrouw van Leersum en Van Leersum junior wel een aardig idee om de beide heren te vergezellen.
Wij waren niet de enige gasten in The Old Post Office, de woning van Don. De moeder van Elisabeth logeerde die donkere dagen rond de kerst bij haar dochter en schoonzoon. 
Het hotel
Voor ons had Don een hotel in het nabijgelegen Alfriston geregeld, The George Inn, een hotel zoals je ze alleen in Engeland vindt. Een soort doolhof van gangen, trappen, overlopen en kamers. Kamers waarin de verwarming het niet deed. Juist nu, eind december en pittig koud, had de cv-ketel het begeven. Gelukkig had de uitbater van het hotel daar iets op gevonden. Aan de voeteneinden van de bedden had men elektrische kachels geplaatst, een hele geruststelling. Jammer alleen dat er op zo’n kachel een tijdklok zat die al na een half uur ‘klik’ deed. Het werd een ijzige nacht.
Don Lawrence en Liz
In The Old Post Office werden we de volgende dag warm onthaald met heerlijke Indiase gerechten door Liz bereid. De stemming was opperbest, de drank vloeide rijkelijk en de verwarming stond voluit te loeien. 
Die avond was er in het kerkje aan de overkant, als aanloop naar de kerstnacht, een samenkomst met zang. Liz vroeg haar Hollandse gasten of zij zin hadden om haar en haar moeder te vergezellen. Deze kans wilden mevrouw van Leersum niet aan zich voorbij laten gaan. Don ging vanzelfsprekend niet, want zoals hij ons liet weten: “I am an atheist”. De leraar geschiedenis en Van Leersum junior toonden zich onmiddellijk solidair met de atheïst en zo kwam het dat ik met drie dames ter kerke toog. In de kerk was het een drukte van belang, maar er waren gelukkig nog een paar zitplaatsen vrij. Er werd gepredikt en gezongen en gepredikt en gezongen en gepredikt... Mevrouw van Leersum, die eigenlijk ook atheïst is en kerken alleen maar van de buitenkant kende, begon wat ongemakkelijk heen en weer te schuiven op de toch wel erg harde kerkbank. “Ik moet ontzettend nodig,” fluisterde ze in mijn oor. “Waar is hier het toilet?” Ik, als doorgewinterde kerkganger, had onmiddellijk door dat dit een onhoudbare situatie zou worden. De dienst was nog lang niet ten einde en openbare toiletten in Romaanse kerkjes, daar had ik nog nooit van gehoord. Er zat voor  mevrouw van Leersum niets anders op dan een plotseling opkomende misselijkheid voor te wenden. Mijn arme vrouw ondersteunend – ze leek zelfs lichtelijk bleek te zien – verliet ik gehaast de kerk, meewarig nagekeken door Liz en haar moeder en de gelovigen. In het pikkedonker zochten wij met enige moeite de weg terug naar The Old Post Office waar we alles vonden wat een mens op z’n tijd nodig heeft: warmte, goed gezelschap en… een toilet.

Peter van Leersum, Liz, Don, de moeder van Liz en Rob van Eijck
Geweldige kick
Terwijl Don de volgende dag een van de laatste pagina’s van de Storm-episode ‘Vandaahl de Verderver’ aan het inkleuren was, beantwoorde hij geduldig de vragen van Rob van Eijck en soms ook een enkele van de hoofdredacteur. Zo bedacht ik mij hardop wat een geweldige kick het moest geven om zo’n pagina te voltooien in die prachtige kleuren. Daar dacht de oude meester heel anders over. Deze fase van het proces vond hij saai en vervelend. Voor hem was het bedenken en het schetsen – het creëren – waaruit hij de meeste voldoening haalde. Dit was gewoon werken aan iets waar hij al lang klaar mee was. Het werd een mooi interview daar boven in het atelier in Jevington near Polegate. Helaas was er veel te veel stof om het te kunnen publiceren in het stripblad. Uiteindelijk werd de tekst afgedrukt in de hardcoverversie van Vandaahl de Verderver (1987) en de pocketversie van De diepe wereld (1988)

Bij een van de foto’s, gemaakt door Rob van Eijck, staat een bijschrift waar ik onmiddellijk aan moest denken toen ik later samen met Martin Lodewijk bij Don te gast was ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag: Van twee prachtige Engelse huisjes heeft Don er een gemaakt: ‘The Old Post Office’. De lage balken zijn waarschijnlijk de reden dat Don enigszins gebogen door het leven gaat.

Vrijwel onmiddellijk bij binnenkomst in The Old Post Office stootte Martin zijn hoofd ongenadig tegen een van die lage balken waar, gelukkig voor hem, een soort stootkussen aan bevestigd was. Het overkwam bezoekers blijkbaar vaker. Het bleef helaas voor de arme Martin niet bij die ene keer. Steeds weer zag ik hem, met beide handen naar zijn geteisterde schedel grijpend, ineenkrimpen van pijn. Gelukkig voor Martin werd het op die zaterdag in november van 1988 prachtig weer en besloot Don zijn verjaardagsfeest op het terras van een naburige pub voort te zetten.
Uitnodigingskaart voor de 60e verjaardag van Don in 1988

Laatste reis
Het zou vijftien jaar duren voor ik weer te gast was in The Old Post Office. Dit keer was de aanleiding voor mijn bezoek een bijzonder trieste: de uitvaart van Don. In gezelschap van oud hoofdredacteur Frits van der Heide en uitgever Cees de Groot vertrok ik naar Jevington om afscheid te nemen van Donald Southam Lawrence, een geweldig tekenaar en bijzonder mens. Er was een grote afvaardiging uit Nederland naar de plechtigheid afgereisd. De atheïst had als laatste wens te kennen gegeven op het idyllische kerkhof tegenover zijn huis begraven te willen worden. Daarvoor had hij wel één concessie moeten doen: de uitvaart zou geheel volgens de regels van de St. Andrew’s Church moeten geschieden, dus mét gebed en zang. Martin Lodewijk hield een indrukwekkende speech. Er werden gedichten voorgedragen door twee nazaten van Don en na de laatste hymne zou er ‘Exciting music’ volgen, zoals in het programma stond vermeld. Onze atheïst had ondanks de concessie toch het laatste woord. Onder de klanken van Monty Python’s ‘Always look on the bright side of life’ werd de kist met de oude meester, vooraf gegaan door Reverend Wilkinson, het kerkje uitgedragen. De Reverend kon een bescheiden glimlach niet onderdrukken.


De tekst van dit artikel is eveneens gepubliceerd in StripNieuws nr. 53 (november 2013) met gebruik van ander beeldmateriaal.

Met speciale dank aan Ed Hengeveld.

06 december 2013

Eppo 24 - Boekenkast Paul Teng


In stripblad Eppo nr. 24 staat van mij de Boekenkast van Paul TengDe winnaar van de Stripschapprijs 2013 koos voor vier boeken van stripmakers die hem inspireerden als tekenaar én voor het schrijven van verhalen. Eppo nr. 24 is in de winkel tot 12 december en ook te bestellen via de Eppo site. 
Paul Teng met een Blueberry album waarin Jean Giraud een tekening voor hem heeft gemaakt op de Stripdagen 1982 in Breda. Het is ook gesigneerd door scenarist Jean-Michel Charlier. Dit album heeft Teng overigens niet gekozen voor de Boekenkast rubriek.
Momenteel is er van Paul Teng een tentoonstelling in het Centraal Museum in Utrecht, met alle 80 originele pagina's uit zijn nieuwste stripboek Jan van Scorel, Sede vacante 1523. Deze tentoonstelling loopt t/m 19 januari 2014. Lees ook het artikel Paul Teng verstript Jan van Scorel op deze blog, geschreven door Hans van Klinken. 

Foto's: Robin Schouten. 

NB: Foto's van deze blog, gemaakt door Robin Schouten, alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com 

04 december 2013

Dick Matena interview in BSM 191



In maart 2012 verscheen de beeldroman Kees de jongen van Dick Matena. Op 13 april van dat jaar sprak ik met Matena over zijn integrale stripbewerking van het beroemde boek van Theo Thijssen. Het rijkelijk geïllustreerde interview met als kop ‘Kees de jongen is mijn meest evenwichtige boek’ is op 8 pagina's verschenen in Brabant Strip magazine nr. 191 (september 2012). Het is na te bestellen via de Jaargang 2012 van Brabant Strip magazine: www.brabantstrip.be. Eventueel ook los via deze link op De Sterrenplukkers-site.

Cover van BSM nr. 191 (2012)
Behalve over Kees de jongen praat Matena ook over andere projecten, Marten Toonder, zijn medewerking aan het stripblad Eppo met de strips Virl en De Partners en zijn toekomstplannen voor onder andere Sammie en Nele, het kinderboek dat op rijm is geschreven door Matena's wederhelft Nelleke de Boorder, met illustraties van Dick Matena. Deze samenwerking zal een vervolg krijgen in Sammie en Nele in Artis, gepland voor 2014.
Dick Matena en Marten Toonder in 2003 tijdens de presentatie van De Avonden deel 1. Deze foto is ook in Brabant Strip magazine 191 afgedrukt, helaas over 2 bladzijden maar hier compleet. (Collectie Dick Matena)

02 december 2013

Hans Kresse - Matho Tonga compleet


Matho Tonga van Hans G. Kresse werd gepubliceerd van medio 1948 tot medio 1954, en is nu compleet verzameld voor een heruitgave in vier banden. Dankzij de enthousiaste medewerking van verzamelaars in binnen- en buitenland werd voor het overgrote deel gereproduceerd van de originele tekeningen. In facsimile komen de fijne details in Kresse's tekenwerk in kleur tot hun recht. Alle Matho Tonga-verhalen zijn voor het eerst bijeen, inclusief alle veranderingen die Kresse indertijd aanbracht bij herpublicaties, en inclusief enkele teruggevonden, nooit in Nederland en België verschenen afleveringen.



Teken nu in op de vier delen, gebonden, full-colour, 21 x 30 cm. Voor-intekenprijs is per deel € 30,- inclusief de verzendkosten. Verschijningsdatum: februari 2014. Prijs daarna: € 35,- per deel. Te bestellen via Julius de Goede: info@juliusdegoede.nl 

Deel I bevat: Ten geleide / Matho Tonga, de laatste der Mandans:
De strijd in de Zwarte Bergen, 88 blz.
Deel II bevat: Inleiding tot Hans G. Kresse’s vroegste indianenverhalen 1944-1954 / Hans G. Kresse’s Inleiding tot Matho Tonga (1950) / Niet gebruikte eerste aflevering van het tweede verhaal / Matho Tonga: Het Arendsjong + 1 hertekende aflevering / Kresse’s veranderingen en aanpassingen in de herpublicaties van 1949 en 1950 in het eerste verhaal, 84 blz.
Deel III bevat: Ten geleide / Matho Tonga: Het geheim van Dr Dorian, 100 blz.
Deel IV bevat: Ten geleide / Matho Tonga: Voorjaar 1859 (gedeeltelijk niet van Hans Kresse) / Kresse’s veranderingen en aanpassingen van het derde verhaal Het geheim van Dr Dorian in de herpublicatie in Pep in 1970 / Matho Tonga, De ontvoering (niet van Kresse), 88 blz.
Julius de Goede heeft eerder drie andere boeken over Hans G. Kresse uitgegeven: 'Kasteelverhalen en andere geschiedenissen', Over Hans G. Kresse - 'Herinneringen aan een meester' en 'De wereldgeschiedenis verbeeldt door Hans G. Kresse', te bestellen via www.juliusdegoede.nl/bestellen.htm

29 november 2013

Eppo 24: interview met Asterix-tekenaar Didier Conrad

In stripblad Eppo nr. 24 staat een interview met Didier Conrad, de nieuwe tekenaar van Asterix. Ik sprak hem op 1 november op de Boekenbeurs in Antwerpen over Asterix bij de Picten, Albert Uderzo, zijn honorarium en zijn toekomstplannen. Eppo nr. 24 ligt tot 12 december in de winkel en is ook te bestellen
Een Asterix album verschijnt niet zo vaak, maar eind oktober was het weer zover met een ouderwets reisavontuur, Asterix bij de Picten. Dit is misschien wel de leukste en beste Asterix van de afgelopen 20 jaar! Wie houdt er nu niet van onze Gallische vrienden die zich door toverdrank en de nodige slimheid al decennia lang staande weten te houden tegen de Romeinse overheersers? In stripweekblad Pep kon Nederland voor het eerst kennismaken met de komische verhalen van de onoverwinnelijke kleine Galliër en zijn vriend Obelix, die vol met dubbele bodems en knipoogjes zitten naar de hedendaagse tijd. Al snel was er ook een zekere Nederlandse inbreng. Daan Jippes (de virtuoze tekenaar van Bernard Voorzichtig) heeft voor Pep in de jaren 1960 een aantal legendarische Asterix covers gemaakt die door stripfans nog altijd worden gekoesterd. Kijk hier eens voor drie voorbeelden. 
Didier Conrad signeert Asterix bij de Picten in Antwerpen.
Na het overlijden van de geniale scenarist René Goscinny in 1977 is tekenaar Albert Uderzo alleen verder gegaan met de strip. Het is gebleken dat zijn grootste kwaliteit vooral in het tekenenwerk ligt, en dat een goed Asterix scenario schrijven wel even iets anders is. Dat maakte niets uit voor de populariteit van de strip want elk nieuw Asterix album vliegt nog steeds met miljoenen exemplaren over de toonbank. Uderzo, inmiddels 86 jaar, doet het nu wat rustiger aan en voor het eerst sinds 1959 kent Asterix een nieuw stripduo: scenarist Jean-Yves Ferri en tekenaar Didier Conrad. Asterix gaat een mooie toekomst tegemoet. 

(Foto's : Robin Schouten, 2013)

NB: Foto's van deze blog, gemaakt door Robin Schouten, alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com 

23 november 2013

René Windig online


Het was een publiek geheim dat striptekenaars René Windig en Eddie Jong, bekend van hun jarenlange samenwerking voor de krantenstrip Heinz, weinig tot niets op hadden met computers en het internet. Maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit!

Na jaren van verzet, hakken in het zand, zwemmen tegen de stroom in en vechten tegen de bierkaai is de langste van het voormalige stripduo, René Windig (1951) op zijn oude dag toch nog overstag gegaan; hij heeft een website en zelfs een webwinkel: www.renewindig.nl
Zoek hem op, ga bij hem langs, klik op de link, surf je suf, browse je een ongeluk, spam erop los en shop je ongans!

Voor informatie over Windig en De Jong kijk je op de fansite Gezellig en Leuk van Coen van der Geest. Je vind daar een overzicht van al hun publicaties, interviews etc. 
René Windig in het Heinz Museum, juni 2011 (foto Robin Schouten, niet eerder gepubliceerd)
Voor het stripblad Eppo heb ik Windig en De Jong uitgebreid gesproken in hun Heinz Museum. Dat resulteerde in de Boekenkast van René Windig  in Eppo nr. 16, 2011 en de Boekenkast van Eddie de Jong in Eppo nr. 17, 2011. Ook schreef ik een Windig en De Jong Portret dat gepubliceerd is in Eppo nr. 26, 2011.

21 november 2013

Victor Hubinon - Charles Lindbergh





De veilingsite Artprecium heeft op 7 november een originele pagina verkocht van Buck Danny en Roodbaard -tekenaar Victor Hubinon uit het korte luchtvaartverhaaltje 'Charles Lindbergh'. Zie de afbeelding (klik erop voor een vergroting). Aan de nummering en de stijl te zien is het begin jaren 1970 getekend voor de Oom Wim-serie (L'oncle Paul, korte verhaaltjes voor Robbedoes/Spirou) maar is niet te traceren op de Spirou site bdoubliees.com/journalspirou/series4/onclepaul.htm of bij auteurs bdoubliees.com/journalspirou/auteurs3/hubinon.htm. De strip is evenmin opgenomen in een van de Buck Danny verzamelalbums van Dupuis (wel zijn vier andere korte luchtvaartverhaaltjes van Hubinon uit Robbedoes opgenomen in Buck Danny verzamelalbum 12: De strijd tegen de maffia). Wie weet in welk blad of album het Charles Lindbergh-verhaaltje van Hubinon is gepubliceerd?


15 november 2013

Haas: Dodenlijst vanaf Eppo nr. 23


In stripblad Eppo nr. 23 is een nieuw vervolgverhaal van de Nederlandse oorlogsstrip Haas van start gegaan: Dodenlijst. Wederom op scenario van Rob van Bavel en getekend door Fred de Heij die ook diverse strips publiceert in zijn eigen stripblad Pulpman
Deze nog niet eerder gepubliceerde foto van Fred de Heij maakte ik in zijn atelier in Zaandam voor een Portret in stripblad Eppo (gepubliceerd in nr. 8, 2010). Klik op de afbeeldingen voor een groter formaat.
(foto: Robin Schouten, 2010)


05 november 2013

Blueberry – Chihuahua Pearl & De man die $ 500.000 waard was



Sommige stripverhalen zijn het waard om opnieuw uit te worden geven zoals uit de fantastische westernstrip Blueberry. In 2011 verscheen bij Uitgeverij Sherpa een luxe editie met het tweeluik van de goudmijn in zwart-wit, gebruik makend van de originele tekeningen van Jean Giraud. Het boek Chihuahua Pearl en De man die $ 500.000 waard was is daar het vervolg op.

Het zijn twee verhalen die behoren tot de spannendste uit de serie. In Chihuahua Pearl onderschept Blueberry tijdens een verkenningstocht aan de grens een brief die gericht is aan de president van Amerika. Het gevolg is dat Blueberry zogenaamd uit het leger wordt ontslagen om in het geheim een verdwenen goudschat van de Zuidelijken te vinden. Op de hielen gezeten door commandant Vigo maakt hij kennis met de mooie maar sluwe Chihuahua Pearl die de brief verstuurde. 
Om de schat te vinden moet Blueberry een man zien te bevrijden uit de Mexicaanse gevangenis van gouverneur Lopez. Blueberry wordt gevangen genomen en heeft het zwaar te verduren maar komt vrij dankzij zijn vrienden McClure en Red Neck. Maar ook wordt hij gteconfronteerd met vijanden uit het verleden, de hijackers van Finlay en Kimball, die we voor het eerst tegenkwamen in de Blueberry verhalen De lange weg naar Chochise en Oorlog of vrede. Deze roofbende is eveneens de goudschat op het spoor. 
Uit Chihuahua Pearl


Met deze verhalen uit de begin jaren zeventig werd een nieuw realisme in de serie geïntroduceerd die tegelijkertijd het begin inluidde van de volwassen strip. Blueberry zelf transformeerde van de klassieke westernheld naar een verharde antiheld, maar nog steeds sympathiek. De scenario’s van Jean-Michel Charlier zijn beter dan ooit, evenals het gedetailleerde tekenwerk van Giraud dat in zwart-wit en in deze nieuwe druk veel beter tot zijn recht komt dan in de kleurenedities uit de jaren zeventig. In dit album is tevens een kleurenkatern opgenomen met de covers en aankondigingen uit het Franse stripblad Pilote. 

Sherpa zal in januari 2014 het vervolg uitbrengen, Ballade voor een doodskist en in  januari 2015 volgt de ontknoping met Vogelvrij verklaard en  Angel Face. Hiermee zal de goudcyclus van Blueberry compleet worden gemaakt in een luxe editie, op groot formaat én in het Nederlands. Voor iedere striplezer een aanrader! (RS)

Blueberry – Chihuahua Pearl en De man die $ 500.000 waard was
Jean-Michel Charlier (tekst) en Jean Giraud (tekeningen)
Uitgeverij Sherpa - 104 pagina’s (hardcover) - € 49,95
(Met een losse kleurenbijlage als aanvulling op het dossier van De mijn van Prosit en Het spook van de goudmijn uit 2011) 

Website: http://www.sherpa.nu/
Uitgeverij Sherpa op Facebook



(klik op de afbeeldingen voor een groter formaat)

28 oktober 2013

Eppo 21 - Boekenkast Robbert Damen

In stripblad Eppo nummer 21 staat nu (van mij): De Boekenkast van Robbert Damen. De auteur van 'Guardian' waarvan momenteel een nieuw verhaal in Eppo loopt, Doctor Lowe, koos voor vier stripboeken waar in zijn ogen alles aan klopt. Daar zit een strip bij van Piet Wijn en Thom Roep, een klassieker van Rosinski & Van Hamme en een superheld. Welke boeken? Dat lees je in Eppo nr. 21, nog in de winkel tot 31 oktober. Ook te bestellen via de Eppo site. (Foto's: Robin Schouten)
Robbert Damen in zijn werkkamer met aan de muur een schilderij van zijn stripheldin 'Guardian'

NB: Foto's van deze blog, gemaakt door Robin Schouten, alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com 

25 oktober 2013

Paul Teng verstript Jan van Scorel

Paul Teng (1955) maakt zijn reputatie als tekenaar van historische strips opnieuw waar, met een biografie over de Utrechtse schilder Jan van Scorel. Het scenario is van Jan Paul Schutten (1970) die eerder met Teng samenwerkte voor zijn historische jeugdboeken; Kinderen van Amsterdam en Kinderen van Nederland. Tengs originele tekeningen voor Jan van Scorel worden tot 19 januari tentoongesteld in het Centraal Museum Utrecht dat ook de opdracht gaf voor het stripverhaal.

door Hans van Klinken
Covertekening van Paul Teng voor het 'Jan van Scorel' boek (2013)

Jan van Scorel (geboren te Schoorl in 1495) heeft voor liefhebbers van oude kunst een goede klank. Hij was een van de meest beroemde schilders uit de Noordelijke Nederlanden uit zijn tijd. Scorel  kwam in hoge kringen en uiteindelijk zou hij door de Nederlandse paus Adrianus VI worden aangesteld als beheerder van de kunstcollectie in het Belvedère in Vaticaanstad, nota bene als opvolger van Rafaël. Terug in zijn geboorteregio zou hij uitgroeien tot een veel gevraagd kunstenaar en werd tevens kanunnik te Utrecht. Hij leidde dus een leven zoals zoveel begenadigde kunstenaars uit die tijd. Het Centraal Museum in Utrecht wilde meer aandacht geven aan de schilders uit die periode en dan ook meer bepaald aan Jan van Scorel. Om dit onder de aandacht te brengen is besloten een stripverhaal te maken van het leven van de schilder-priester. Het ontbreekt de man echter aan een zekere dynamiek in zijn leven, ook al was hij actief in tal van functies. Het is dan ook niet zo logisch om zijn leven als uitgangspunt te nemen voor een publicatie nu. Toch is er een stripboek van 80 pagina’s gemaakt met deze renaissance-kunstenaar als hoofdfiguur.

Het Centraal Museum vond de Stripschapsprijswinnaar van 2013, Paul Teng (Ping Ya), bekend van de indianenserie Delgadito en diverse historische strips zoals Libertair intermezzo, De vrienden van Igor Steiner en Shane, bereid om het album te tekenen. Hij vroeg vervolgens Jan Paul Schutten om een scenario voor de strip over Scorel te schrijven. Wel heeft Teng het oorspronkelijke idee van het Centraal Museum afgewezen om het leven van de schilder op de voet te volgen en zo te verstrippen. Ook hij acht hem daar te saai voor. Schutten werkte dan ook uiteindelijk een ander scenario uit. Teng: “We nemen nu Scorels tijd in Rome onder de loep en hebben daar een plot rondom gecreëerd dat feitelijk dicht tegen de toen gedachte waarheid aan ligt, maar nooit is bewezen. Dat plot bestaat uit het vermoeden dat de plotseling gestorven paus Adrianus namelijk is vermoord”.
Personages voor de 'Jan van Scorel' tentoonstelling in het Centraal Museum
Adrianus was nogal zuinig zeker in vergelijk met zijn geldverspillende voorgangers. Die benepenheid zette veel kwaad bloed bij de curie en zijn aanhang die zich in hun financiële mogelijkheden beknot zagen. De schilder gaat in  het verhaal op onderzoek uit om de eventuele moordenaar op te sporen. Voor de dingen die Schutten en Teng niet door Scorel konden laten doen werd een sidekick in het leven geroepen. Verder is er gebruik gemaakt van een raamvertelling om Rome te belichten en die beslaat een periode tussen het begin en het eind van de Beeldenstorm  in de noordelijke Nederlanden. Teng: “De meeste elementen die we gebruikten passen goed in het (kunst)historisch kader, maar we hebben bepaalde vrijheden genomen zoals dat Scorel Michelangelo zou hebben ontmoet. Het zou raar zijn als hij dat niet had gedaan”. Er komen nagenoeg geen vrouwen voor in dit verhaal. Het dreigde daardoor een album te worden met alleen maar mannen. Om dat te voorkomen is er een courtisane in het verhaal geschreven.

De strip die als het ware de tentoonstelling inleidt, is bedoeld om op deze manier (kunst)historisch onderzoek onder de aandacht van het grote publiek te brengen, aldus de website van het museum. Het bevat dan ook een correcte weergave van gebeurtenissen, kleding, landschappen en andere details die bij de makers van de strip bekend werden doordat het museum voor hen het bronnen- en beeldmateriaal verzamelde. 
Paul Teng bij de 'Jan van Scorel' tentoonstelling in het Centraal Museum Utrecht (Foto: Robin Schouten)
De presentatie van het boek vond plaats tijdens de opening van de tentoonstelling 'Jan van Scorel. Sede vacante 1523' op 18 oktober en die tentoonstelling zal duren tot 19 januari 2014. Tevens is het originele en integrale tekenwerk van Teng voor de strip te zien.

Jan van Scorel. Sede vacante 1523
Paul Teng (tekeningen) en Jan Paul Schutten (tekst)
96 pagina’s (80 pagina’s beeldroman)
Uitgeverij Lecturis, oktober 2013
Prijs: € 17,50

Het boek is te koop bij het Centraal Museum in Utrecht, de stripspeciaalzaken en ook in de reguliere boekhandels. Er is ook een bijzondere editie verschenen in een genummerde en gesigneerde oplage van 100 exemplaren waarvan de pagina’s op ware grootte zijn afgebeeld. Deze editie kost  € 95 en is uitsluitend te verkrijgen via Uitgeverij Lecturis en het Centraal Museum.

Centraal Museum, Nicolaaskerkhof 10, 3512 XC Utrecht

NB: Foto's van deze blog, gemaakt door Robin Schouten, alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com 

15 oktober 2013

Jan Kruis Glossy (De Tachtigjarige Kruistocht)


Jan Kruis lanceert zijn glossy in het Nederlands Stripmuseum in Groningen (foto: Raymond Mast)
Striptekenaar Jan Kruis heeft sinds september 2013 een eigen glossy! Op pagina's 12-22 lees je mijn artikel De Tachtigjarige Kruistocht (De striphistorie van  Jan Kruis - en de erfenis van Jan, Jans en de kinderen). In 1999 werd de bekende familiestrip overgenomen door Studio Jan Kruis. Tekenaars Daan Jippes, Gerben Valkema, Michiel van de Vijver, Maarten Gerritsen, Peter Nuyten, Rob Phielix, Linda van Erve en tekstschrijvers Eric Hercules en Herman Roozen vertellen over hun bijdragen voor de Jan, Jans strip én over de oorspronkelijke tekenaar, Jan Kruis. Uiteraard komt hij zelf ook aan het woord in mijn artikel. De Jan Kruis Glossy is 100 pagina's dik en ligt tot het einde van het jaar bij alle tijdschriftenwinkels voor € 6,95. (klik op alle foto's voor een groter formaat)
Kruis en Khing: Toptekenaars van 80 (foto: Raymond Mast) 
Op 21 september lanceerde Jan Kruis zijn glossy in het Nederlands Stripmuseum in Groningen. Thé Tjong-Khing werd samen met Jan Kruis in het zonnetje gezet, beide tekenaars werden vlak na elkaar (Kruis op 8 juni en Khing op 4 augustus) 80 jaar geworden. Als verassing kregen zij elk een expositiewand aangeboden met felicitaties van diverse striptekenaars, die nog tot eind 2013 in het Stripmuseum te zien zijn. De felicitatietekeningen voor Khing zijn ook opgenomen in het nieuwe Arman en Ilva boek De bijzonder begaafden. Deze sciencefictionstrip van Khing en Van Banda uit 1969-1975 krijgt momenteel een luxe heruitgave van Uitgeverij Sherpa

Jan Kruis signeert de Jan Kruis Glossy in de maanden oktober, november en december in verschillende boekhandels. Kijk voor zijn Kruistocht op http://jankruisglossy.nl/signeren/

Jan Kruis wordt geinterviewd in het Stripmuseum in Groningen na afloop van de presentatie van zijn glossy. Op de achtergrond de expositiewand met felicitatietekeningen voor Thé Tjong-Khing, die ook 80 jaar is geworden. (foto: Robin Schouten)

De Jan Kruis Glossy ligt sinds 26 september in alle tijdschriftenwinkels. 
NB: Foto's van deze blog, gemaakt door Robin Schouten, alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com 

10 oktober 2013

In Memoriam: Willy Lohmann

Willy Lohmann thuis in Halfweg, op 7 november 2012 (foto Robin Schouten)
Op vakantie in Turkije is geheel onverwacht de bekende stripmaker en cartoonist Willy Lohmann overleden. Hij werd 77 jaar. 

Willy Lohmann is beroemd geworden door zijn dagbladstrip Kraaienhove in Het Parool en zijn talrijke bijdragen aan de Nederlandse editie van het tijdschrift Mad. Voor Marten Toonder werkte hij enige tijd aan een verhaal van Heer Bommel en Tom Poes: Tom Poes en het Lemland (1960-61).

Lohmann is geboren op 7 mei 1936 in Zutphen en groeide op in Utrecht. Na zijn schooltijd werkte hij eerst op de reclame-afdeling van Douwe Egberts en naderhand voor het reclamebureau De La Mar in Amsterdam. In zijn vrije tijd begon hij strips te tekenen. In 1960 vestigde hij zich als freelance tekenaar.

Van 1962 tot 1972 maakte hij 61 verhalen van de serie Kraaienhove in dagblad Het Parool. Later zou hij deze duistere strip voorzetten in de bladen Pep en De Vrije Balloen. Voor Nieuwe Revu maakte hij geruime tijd de licht erotische strip Liselore. Daarnaast schreef en tekende hij veel strips, illustraties en omslagen voor tijdschriften als Mad, De Vrije Balloen en Pep. Voor dagblad Leeuwarder Courant maakte hij in de periode 1984-1988 zeventien verhalen over de paleontoloog/criminoloog Marco Silvester.

Willy Lohmann tekende zichzelf en zijn figuren op de cover van de Pep Index (1999)
Hij maakte cartoons die ook in het buitenland werden gepubliceerd en won hiermee meerdere internationale prijzen. Het Stripschap kende hem in 2006 de Bulletje en Boonestaak Schaal toe, als stripmaker die aan de wieg van het Nederlandse beeldverhaal heeft gestaan. 

Tot aan het einde van zijn leven was Willy Lohmann zeer productief; zo publiceerde hij satirische cartoons in diverse bladen en werkte hij aan enkele nieuwe stripprojecten, zoals Odewijk de Goede. Willy Lohmann overleed op 5 oktober 2013 op zijn vakantieadres in Turkije tijdens het zwemmen. (deze tekst is deels overgenomen van de website van Het Stripschap)

In stripblad Eppo nummer 17 (2013) stond een Portret over Willy Lohmann. Eerder had ik Willy geinterviewd voor de Boekenkast rubriek, gepubliceerd in Eppo 12 (2012). 
Ik heb Willy Lohmann enkele keren uitgebreid mogen spreken op zijn woonark in Halfweg, en leerde hem kennen als een fantastische tekenaar die na ruim 50 jaar nog altijd graag strips en cartoons wilde maken. En wat een sympathiek mens. Op 11 september mailde hij me onder andere, dat hij blij was dat het Portret over hem in Eppo stond. En dat hij eind september voor twee weken naar Turkije zou gaan. 

Rust zacht, Willy. 


NB: Foto's van deze blog, gemaakt door Robin Schouten, alleen gebruiken met toestemming. Indien gewenst wordt een hogere resolutie gestuurd. Contact: incognito@comic.com