20 juni 2017

Fflint - Nieuw album van een oude stripheld

Fred de Heij, Seb van der Kaaden en Ger Apeldoorn  (Foto: Mariella Sormani)
Strips rukken op in de boekhandels. In het kader van de Spannende Boekenweken was op 17 juni in Haarlem bij H. De Vries Boeken de officiële presentatie van het stripboek Fflint en het Mysterie van de Nevelhaaien. Tekenaar Fred de Heij en scenarist Ger Apeldoorn kregen de eerste exemplaren uit handen van hun uitgever Seb van der Kaaden.

Op initiatief van Apeldoorn (ook auteur van De Jaren Pep) maakte het duo een doorstart van de Victoriaanse detectiveserie uit Pep in het vorig jaar gelanceerde kwartaalblad StripGlossy. De eerste drie verhalen van de Londense ‘mysterioloog’ Llwelyn Fflint verschenen reeds begin jaren 1970 en kwamen uit de koker van de Belgische scenarist Yvan Delporte ('een kruising tussen de populaire tv-series Sherlock Holmes, Ripper Street en Fringe'.) Als tekenaar liet hij zijn oog vallen op Peter van Straaten. Die voelde zich echter weinig op zijn gemak bij Pep en als striptekenaar in het bijzonder, omdat hij gewend was als cartoonist en illustrator te werken. Dat is ook te zien is in zijn stripversie dat bovendien werd gepubliceerd in zwart-wit. Fred de Heij, zonder te weten dat hij de volgende Fflint-tekenaar zou worden publiceerde in 2012 een compleet verhaal van Van Straaten op zijn blog.

De oorspronkelijke reeksnaam Llwelyn Fflint is nu afgekort tot ‘Fflint’. In het eerste album zijn vier verhalen gebundeld. 'Het mysterie van de nevelhaaien' was ook de titel van het eerste verhaal dat Delporte en van Straaten maakten voor Pep.
April 2016: Peter van Straaten leest aandachtig het eerste Fflint verhaal, een herbewerking van zijn strip met Delporte (Foto: Ger Apeldoorn)
Voor het eerste nummer van StripGlossy (juni vorig jaar) maakten Apeldoorn en De Heij er een nieuwe bewerking van, om daarna aan de slag te gaan met gloednieuwe verhalen. Anno 2017 werkt Llewelyn Fflint als bibliothecaris bij het British Museum en kun je hem eerder amateurwetenschapper noemen dan iemand met een gedegen opleiding die allerlei fantastische avonturen beleefd. Peter van Straaten kreeg de nieuwe Fflint strip vantevoren te lezen, en zijn commentaar was veelzeggend: “Weet je, ik kan me er niks meer van herinneren”. De kwaliteit is er zeker niet minder om, dankzij de inventieve verhalen van Apeldoorn en het dynamische en gedetailleerde tekenwerk van De Heij.
Fflint en het Mysterie van de Nevelhaaien
Ger Apeldoorn (scenario's) en Fred de Heij (tekeningen)
Uitgeverij Personalia, 2017

Er is zowel een softcover (56 pag.) als een hardcover (68 pag. inclusief dossier) van verschenen. Online te bestellen via deze link. Ook verkrijgbaar bij de stripspeciaalzaken en boekhandels.

05 juni 2017

Eppo 11 - De boekenkast van André-Paul Duchâteau

In Eppo nr. 11 staat van mij De boekenkast van ...met deze keer de veelzijdige stripscenarist
André-Paul Duchâteau. De inmiddels 92-jarige Belgische auteur werkte tot 2010 met tekenaar Tibet aan de beroemde detectiveserie Rik Ringers en schreef ook voor onder andere Rosinski (Hans), Vance (Bruce J. Hawker), Denayer (De Brokkenmakers), Franz (Hyperion) en Follet (Terreur). Als hoofdredacteur van weekblad Kuifje loodste hij in de jaren 1970 Cosey en Rosinski in het blad, twee tekenaars die hij samen met Franz en Franquin heeft gekozen als favorieten voor de Boekenkast rubriek. Eppo nr. 11 ligt nog tot 8 juni in de winkel en is ook te bestellen via de Eppo site.
Duchâteau op 8 februari 2017 in zijn werkkamer in Ukkel, België. 
André-Paul Duchâteau (1925) begon zijn schrijverscarrière, met een voorkeur voor het politiegenre, op 15-jarige leeftijd. Eind jaren veertig maakte hij de eerste stappen naar het stripverhaal en in 1955 creëerde hij Rik Ringers, de populaire misdaadstrip waarvan hij 78 boeken maakte met tekenaar Tibet tot aan zijn dood in 2010. Rik Ringers is ook in Pep gepubliceerd waarvoor Duchâteau speciaal de strip Pep en Stef heeft bedacht. Behalve voor zijn vriend Tibet heeft de Belgische scenarist nog veel meer stripverhalen geschreven en in diverse genres, zoals voor Denayer, Paape, Franz, Rosinski, Hulet, Vance en Follet. Daarnaast werkte hij als hoofdredacteur van het weekblad Kuifje en literair directeur van uitgeverij Lombard. Bij uitgeverij Lefrancq was hij verantwoordelijk voor het opzetten van de detectiveseries.
Poserend voor een geschilderde albumcover van Hans, de sciencefictionserie die hij schreef voor Rosinski en later voor Kas.  (Copyright foto's: Robin Schouten. Voor een grotere resolutie, mail naar incognito@comic.com)
Duchâteau schrijft nog steeds, een 1-pagina whodunnit strip voor het Franse TV-blad Télé 7 en ook werkt hij aan zijn memoires met als titel ‘Mijn leven is een enigma’. “Werken houdt me in vorm. En ik ben dol op lezen en schrijven”, onthult de 92-jarige auteur die het schrijven van nieuwe Rik Ringers verhalen nu overlaat aan Zidrou, met tekeningen van Simon van Liempt.

27 mei 2017

Ben Westervoorde - André Hazes

Vorige week bezocht ik stripwinkel Jopo de Pojo (voorheen stripwinkel Silvester) in Haarlem. Daar zag ik deze mooie André Hazes-tekening hangen van Ben Westervoorde die hij daar in december maakte tijdens een signeersessie van het eerste deel uit de Hazes stripbiografie 'Bloed' (scenario: Jan-Willem de Vries) dat vorig jaar verscheen bij uitgeverij Silvester. Hierna volgen nog de delen 'Zweet' (dat Westervoorde momenteel aan het tekenen is) en 'Tranen'. Wordt vervolgd dus.

Ga voor meer info + beeld naar: www.silvesterstrips.nl/strips/andre-hazes/1-bloed
Jan-Willem de Vries en Ben Westervoorde in 2016 bij de presentatie van deel 1 uit de  André Hazes stripbiografie.

09 mei 2017

Hans Kresse in Boekenpost 149

In het jongste nummer van Boekenpost, het tweemaandelijkse tijdschrift over boeken, staat een artikel over striptekenaar en illustrator Hans G. Kresse (1921-1992) waarin Kresse-archivaris Rob Aalpol vertelt wat hij doet met en voor de nalatenschap van Hans Kresse. Het blad wordt gesierd met een prachtige voorplaat die Kresse oorspronkelijk maakte in 1955 voor nr. 50 van het blad Panorama.

In Boekenpost staat in elk nummer een artikel over strips van de hand van Wilco Tuinenburg en voor dit nummer schreef hij 'Martin Lodewijk: Een hommage aan Neerlands enige echte stripspion' waarvoor hij met Eppo hoofdredacteur -en uitgever Rob van Bavel sprak over de Agent 327 hommages die momenteel in Eppo worden gepubliceerd door diverse stripmakers.

Ook de bekende (en toekomstige Kresse-)biograaf Wim Hazeu is vaste medewerker en levert in elk nummer boeiend commentaar op de boekenwereld.

Bestellen van dit nummer 149 (mei-juni 2017) van het tijdschrift? Kijk op stipmedia.nl/product-categorie/boekenpost en email: info@boekenpost.nl; losse nummers € 7,50; tel. 072–5314978).
De oorspronkelijke Kresse-cover voor Panorama nr. 50, 1955. (Copyright: Erven Hans G. Kresse)

01 mei 2017

Eppo 9 - De boekenkast van Dino Attanasio

Dino Attanasio thuis in Brussel, 8 februari 2017. 

In Eppo nr. 9 staat nu van mij: De boekenkast van... Dino Attanasio. De inmiddels 91-jarige striptekenaar van Italiaanse origine woont sinds 1948 in België. Hij werkte voor alle grote stripbladen en tekende legendarische strips zoals Spaghetti (scenario: René Goscinny), Ton en Tineke, Bob Morane en Johnny Goodbye. Deze gangsterstrip is één van de bekendste creaties van Martin Lodewijk en verscheen vanaf 1969 in Pep en Eppo. Dick Matena schreef voor Attanasio de voetbalstrip De Macaroni’s dat één van de populairste series was in Pep. Voor de boekenkast van... koos de nog steeds actieve Attanasio voor Amerikaanse strips waarmee hij opgroeide in Milaan en die hem hebben beïnvloed, en voor twee grote Europese stripauteurs waarvan hij met één zelf heeft samengewerkt. Eppo nummer 9 ligt tot 11 mei in de winkels en is ook los te bestellen via de Eppo site.
Attanasio met een Spaghetti beeldje in zijn zak. Deze foto is niet in Eppo gepubliceerd. (Foto's: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie: incognito@comic.com)

08 april 2017

Eppo 7 - De boekenkast van Michiel de Jong

Vorige week verscheen van mij in stripblad Eppo nr. 7: De boekenkast van... Michiel de Jong. In het najaar van 2016 leerde het grote publiek deze atoomstijl-tekenaar kennen als één van de zes Nederlandse Suske en Wiske-tekenaars voor een goed doel. Michiel werd voor zijn boek De charmante chirurg gekoppeld aan schrijfster Esther Verhoef. Uit zijn rijkelijk gevulde boekenkast koos Michiel vier favorieten die hem gevormd hebben als tekenaar. Eppo nummer 7 ligt tot 13 april in de winkel en is ook los te bestellen via de Eppo site.
Michiel de Jong in zijn studio in Rotterdam, 19 november 2016. (Foto's: Robin Schouten. Voor een groter formaat, mail naar incognito@comic.com)
Michiel de Jong (1970) is een Rotterdamse tekenaar die al ruim 20 jaar professioneel strips en illustraties maakt. Zijn eerste strips verschenen in diverse amateurstripbladen en vanaf 1993 publiceerde hij ook in mijn stripblad Incognito zoals de misdaadstrip Het ijzeren tijdperk. 
Zijn professionele tekencarrière ving halverwege de jaren negentig aan toen hij Hanco Kolk en Peter de Wit begon te assisteren op stripstudio De Wittenkade. In 1998 publiceerde hij in het blad Sjosji een korte strip, Mikki & Finn. Rond deze periode werkte hij samen met Hanco Kolk voor de serie De Familie Sloterdijk (in Hello You) en ook Peter de Wit klom voor Michiel in de schrijverspen en bedacht de gagstrip Bigg (voor Webber). Het vaakst heeft Michiel strips getekend op scenario van Milan Hulsing, een aantal korte verhalen voor het blad Zone 5300 en ook twee albums: Ode aan Wilhelm (voor de Pincet Reeks) en Operatie Hanuman, een avontuur van Lana Planck met een voorpublicatie in het Algemeen Dagblad. 

Vorig jaar publiceerde ik op mijn blog dit interview met Michiel ter gelegenheid van zijn Suske en Wiske boek, met daarbij unieke schetsen uit De charmante chirurg.
Michiel de Jong voor zijn vitrine met de Stripschappening 2008 voor Operatie Hanuman, 23 december 2016. (Foto: Robin Schouten)
Bekijk hier de portfolio van Michiel de Jong met veel voorbeelden van zijn strip -en illustratiewerk.

29 maart 2017

Rik overleeft de kogels

Na Kuifje is Rik Ringers aan de beurt. Tibet (pseudoniem van Gilbert Gascard, 1931- 2010) en scenarist André-Paul Duchâteau (1925) zorgden voor een flinke reeks avonturen van de held met de Porsche. Een lovenswaardige serie die recent nog een nieuw album opleverde zonder de hand van de meesters weliswaar, maar toch. Hoe beroemd dan ook, hoe geliefd, toch documenteerden de heren scenarioschrijver en tekenaar zich niet altijd voldoende. In het album Het boze drietal (Lombard 1980, herdruk) wordt er flink op los geknald. Op bladzijde 32 begint het festijn. Rik wordt van nabij beschoten, maar reageert niet terwijl er toch een knal klinkt.
Verbazing bij de schutter en de lezer.
Bij een tweede knal slaat Rik zijn aanvaller neer. Het pistool vliegt de lucht in en wordt door gangster nummer 2 opgevangen die doodleuk zegt 'handig zo'n kogelvrij vest'. In de wetenschap dat een kogel met op zijn minst een snelheid van 300 meter per seconde een wapen verlaat (kan oplopen tot aanmerkelijk sneller als er een ander wapen wordt gebruikt of andere ammunitie) dan kun je de impact voorstellen van de kogel die ineens wordt gestopt op je lijf. Het moet toch zijn energie kwijt. Je bent dan niet dood omdat de kogel niet binnentreedt zoals dat zo mooi heet, maar je kunt behoorlijk gewond raken of op zijn minst van je stokje gaan. Rik heeft nergens last van, de wonderboy.
Op zijn minst brandwonden.
Duchâteau en Tibet maken aanvankelijk dus niet een Uitglijer, omdat het hier om losse flodders gaat en er geen kogel op het lijf gestopt wordt. Maar ze laten de gangster wel een fout maken door er vanuit te gaan dat Rik een kogelvrij vest aanheeft. Zou de man zo blond zijn? Zou die niet weten wat een kogel doet, ook op een kogelvrij vest? Ik kwalificeer dat toch als een blunder van de scenarioschrijver.
Ondanks dat hij dus het wapen als ondeugdelijk had moeten beschouwen, knalt hij Rik vol in het gezicht. De knal wordt veroorzaakt door kruit dat de loop verlaat. Dan loop je toch behoorlijke schade op door het kruit; brandwonden, blindheid of doofheid omdat het dichtbij is afgeschoten zoals is te zien. Rik heeft weer geen last van dit alles. Een tweede Uitglijer dus. Afijn, je kunt niet van iedereen verwachten alles te weten, maar om even de telefoon op te pakken en een wapenhandelaar te bellen met de vraag of losse flodders zonder gevaar zijn, is wat je op zijn minst kunt doen. Gelukkig is dat niet gebeurd, anders had ik geen Uitglijer gehad en die is in dit geval zeker geen losse flodder.  (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus SlimHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus SlimEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue)Majesteitelijke Uitglijer, Fournier, Suske en Wiske en Dick Bos en Foute teksten bij onze wereldvermaarde held

Foute teksten bij onze wereldvermaarde held

Kuifje of eigenlijk zijn creator Hergé (pseudoniem van Georges Remi, 1907-1983) maakte ook wel eens wat Uitglijers. Ik heb het Hergé Genootschap er ooit eens om gevraagd, maar kreeg helaas nog geen missers toegestuurd.
Eén van de Uitglijers wist ik zelf te selecteren. Jansen en Jansens waren in De schat van Scharlaken Rackham al gevaarlijk bezig. Eén van de detectives wil de apen bang maken omdat die een geweer in handen hadden gekregen, en hoopte door op hen te richten met zijn wandelstok dat de dieren van schrik het wapen zouden laten vallen. Het tegendeel is waar. De dieren echter doen Jansen na. Kuifje heeft natuurlijk gelijk door dat dit niet slim is.
Tot en met de Kuifje albums met linnen ruggen (1960-1969) is dit blijven bestaan.
En inderdaad vliegen hen de kogels om de oren. Maar Kuifje lijkt hier de initiatiefnemer van de domme handeling. Hij is degene die het geluid van een wapen nadoet. Terwijl Jansen hem op zijn blauwe trui spuugt met de opmerking 'Ongelukkige, laat dat!' Een kind kan de verwisseling zien, alleen Casterman niet. Zo'n fout is meer dan storend en getuigt feitelijk niet van veel klantvriendelijkheid om tot de papieren ruggen aan toe deze Uitglijer te laten staan. De tekst, en nu ga ik doceren, in een strip is van belang ter versterking van het plaatje. Hier is het tegendeel aan de orde en het is dus juist een storende factor. 

De kracht van het woord wordt geïllustreerd aan de hand van de volgende scene die tevens een andere Uitglijer inhoudt. In de oorspronkelijk uitgave van 'De schat' in het Nederlands, waar ook bovenstaande scene te vinden is, zijn weer de tweeling de hoofdrolspelers (De schat van Scharlaken Rackham, blz. 15 van de 1e druk uit 1944, A62-I). Ze verslikken zich in hun pruim. De oorspronkelijke tekst is zeer passend en helemaal des Hergé’s ! Het geeft de voorstelling extra dimensie. Deze tekst stond eveneens in de oudere hardcover A56-II.  
Met een mooie sluitende tekst ingegeven door een gruwel.
Nu kreeg ik een bladzijde onder ogen van een digitale versie die illegaal blijkt te zijn. En ik moet zeggen... het ziet er allemaal verzorgd uit, zij het dat de kleuren toch weer niet zo mooi zijn als de oude gedrukte versie in hardcover en de softe linnen ruggen. Ook de facsimile's missen dat mooie oude, maar dit terzijde. Erger is dat men de tekst heeft aangepast. En niet zo zuinig ook. Als je Jansen en Jansens als karakters gewend bent zie je twee wat dommige mannen die aan elkaar geklonken zijn als een eeneiige tweeling, en blunder op blunder stapelen waar zij elkaar steeds ook in versterken. Zij zijn echter in hun levenswandel onberispelijk. Zo is ook hun taalgebruik verzorgd, ook al herhaalt de een wel eens de tekst van een ander en verhaspelt dat... 'u gekscheert' (wat een heerlijk archaïsch Hergé-woord) wordt dan beaamd met een 'u scheert zich gek'... een leuke toevoeging aan een scene. Met het belang van de tekst wordt in elk geval in de modern taligheid geen rekening mee gehouden, zo blijkt.
Shit ? Ik ook ?
Ik kan dit nauwelijks aanzien... wat een afgang. Dat Jansen 'shit' zegt is hemeltergend en pást niet in het oeuvre. Voor een fan is dit reden De Weduwe en haar partner, ofwel Moulinsart op te wekken om eens flink in te grijpen. De tekst is ondubbelzinnig gemutileerd, om het maar eens zo te zeggen. Ook de reactie van Jansens is gewoon veel minder ! 'Eveneens' is blijkbaar overbodig. Nu verwordt de man in een soort schamel gestotter. Geen Uitglijer van Hergé of Casterman, maar van die illegale producenten. 
Hergé zou zich in zijn graf omdraaien als hij het had gelezen. Nu heb ik de huidige versie er eens bijgehaald. En daar heeft men er 'Sapristi' van gemaakt. 'Verdorie' zoals in de eerste versie is dan toch een stuk moderner, maar wees eerlijk; Sapristi is dan ver te verkiezen boven de verschraling die dreigt binnen het digitale oeuvre.  (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus SlimHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus SlimEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue), Majesteitelijke Uitglijer en Fournier, Suske en Wiske en Dick Bos

03 maart 2017

Expo Willem Ritstier op De Stripdagen (4 en 5 maart 2017)

Willem Ritstier thuis in Oud-Beijerland, 6 juni 2013. Foto: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie, mail naar incognito@comic.com 
Voor De Stripdagen, dit weekend op 4 en 5 maart in de Broodfabriek in Rijswijk, heb ik de tentoonstelling samengesteld van de winnaar van de Stripschapprijs 2017: scenarist en tekenaar Willem Ritstier.
Naast het Grote Podium vind je een overzicht van Ritstier's stripcarrière op vier panelen waarbij ook een aantal voorbeelden worden getoond van strips die hij heeft geschreven voor o.a. Minck Oosterveer, René Uilenbroek, Marissa Delbressine, Erwin Suvaal, Hendrik J. Vos, Fred de Heij, Apriyadi Kusbiantoro (Apri) en Roelof Wijtsma. Gaat dat zien!

28 februari 2017

Stripmakers centraal op de Stripdagen

Affiche gemaakt door Kees de Boer
Op 4 en 5 maart a.s. vinden weer de jaarlijkse Stripdagen plaats, voor de tweede keer in de Broodfabriek in Rijswijk.

Dit evenement wil de strip als belangrijk onderdeel van de beeldcultuur onder de aandacht brengen van een zo breed mogelijk publiek en bestrijkt het hele Nederlandse taalgebied en de volledige breedte van het medium en de kunstvorm.Het biedt alles wat de doorgewinterde stripliefhebber kan wensen, en is daarnaast ook een ideaal dagje uit voor het hele gezin. Vorig jaar is met de verhuizing naar Rijswijk een vernieuwing ingezet, die nu wordt voortgezet middels een sterk uitgebreide programmering.

Focus ligt dit jaar op het maken van strips. Deze kunstvorm kent meerdere aspecten. Naast de gebruikelijke aandacht voor het tekenwerk (middels signeersessies en exposities rond stripgrootheden als Thé Tjong-Khing en Peter van Dongen) komt dit jaar ook het tekst-aspect nadrukkelijk en op meerdere manieren aan de orde. Zo wordt de Stripschapprijs (dé prijs op het gebied van het beeldverhaal) op De Stripdagen uitgereikt aan Willem Ritstier, die behalve een getalenteerd tekenaar vooral ook een begenadigd scenarist is, in vele genres en voor uiteenlopende doelgroepen.
Willem Ritstier is de winnaar van de Stripschapprijs 2017
Naast het Grote Podium is een tentoonstelling ingericht met vier panelen waarop de stripcarrière van Willem Ritstier wordt getoond, met heel veel beeldmateriaal en bijbehorende teksten (samengesteld en geschreven door mij).

Daarnaast vinden er masterclasses stripletteren plaats, door Frits Jonker, de laatste (?) handstripletteraar van Nederland. Hij is ook de winnaar dit jaar van de P. Hans Frankfurtherprijs, voor zijn bijzondere bijdrage voor de strip in Nederland in bijna vier decennia. Nog steeds lettert hij veel strips, o.a. voor Robert van der Kroft (Claire) en Aloys Oosterwijk (Willems Wereld) en de graphic novels In the Pines van Erik Kriek en Milan Hulsing's De aanslag.
Frits Jonker ontvangt op 5 maart de P. Hans Frankfurtherprijs
Ook is er een lezing van Rob Barnhoorn over het vertalen van Toonder-strips.
Er worden diverse workshops georganiseerd rond het maken van een strip (verschillende genres, zowel voor volwassenen als voor kinderen). Tijdens het hele weekend wordt een aantal van de (vele tientallen) aanwezige stripmakers geïnterviewd, waarbij soms de rollen worden omgedraaid.

In het kader van De Stripdagen staat er in de Centrale Bibliotheek van Den Haag van 19 februari t/m 19 maart de expositie Van het een komt het ander, rond drie generaties stripmakers die ook kinderboeken illustreren. Over twee verdiepingen wordt uitgebreid aandacht geschonken aan zowel het illustratieve als het stripwerk van Thé Tjong-Khing, Kees de Boer en Jeroen Funke. Met videobeelden, een prijsvraag en 3d-objecten.
Terug naar Studio Arnhem, een bloemlezing met onbekend en ongepubliceerde strips
Er is altijd aandacht voor de betrekkelijk korte, maar bonte geschiedenis van het massamedium. Dit jaar staat op De Stripdagen een uitgebreide expositie over Studio Arnhem, in de jaren tachtig een legendarische stripstudio die stripgrootheden heeft voortgebracht als Hanco Kolk, Gerard Leever en Aloys Oosterwijk. Rond deze groep vinden allerlei activiteiten plaats, zoals een groepsinterview (met muziek) en de presentatie van een overzichtsboek over deze studio, Terug naar Studio Arnhem bij Uitgeverij Personalia.

Speciaal gemaakt voor De Stripdagen is een grote overzichtsexpositie van de Nederlandse tekenaar Peter van Dongen (1966), van Muizentheater tot Rampokan, van jeugdwerk tot boekomslagen en van Familieziek tot Blake & Mortimer.
Peter van Dongen maakt een speciale expo met zijn werk voor De Stripdagen
Als afsluiting van het jubileumjaar legt een expositie uit waarom de klassieke Tom Poesstrip na 75 jaar nog steeds midden in de belangstelling staat.

Ook de nabije toekomst staat op het programma. In het Stripjaar 2017 wordt een aantal interessante initiatieven gepresenteerd die later dit jaar vorm gaan krijgen, zoals de Agent 327-animatiefilm en de Stripmaker des Vaderlands. Ook de plannen van de stripmusea en festivals worden belicht.
De Bulletje en Boonestaak Schaal is voor Albert van Beek (1927). Hij staat terecht te boek als iemand die aan de wieg van het Nederlandse beeldverhaal heeft gestaan. Al in de oorlog werkte hij bij de illustere Toonder Studio's, onder meer aan de Tom Poes-ballonstrips.
Uiteraard worden ook op De Stripdagen de winnaars van het Album van het Jaar en het Jeugdalbum van het Jaar bekendgemaakt en uitgereikt. De uitreiking van alle prijzen, inclusief de Stripschapprijs voor Willem Ritstier vinden plaats op zondag 5 maart vanaf 13.00 uur.
Albert van Beek is de winnaar van de stripveteranenprijs De Bulletje en Boonstaak Schaal
Omdat de strip het medium bij uitstek is om de jeugd te bereiken, wordt er veel werk gemaakt van activiteiten die interessant zijn voor kinderen. Dat begint al met gratis toegang, en bestrijkt een groot scala van doe-dingen en belevenissen voor alles wat jong is, van Donald Duck-kinderen tot Tina-meiden.

Voor iedereen is er genoeg te beleven. Een greep:

- de Striplama's, hilarische theaterimprovisaties met een stripthema;
- de Stripbattle, waarin stripmakers het tegen elkaar opnemen;
- er zijn quizzen, lezingen en filmtrailers,
- en een grote stripveiling waar onder meer bijzondere originelen van beroemde stripmakers worden aangeboden (Toonder, Wijn, Kresse, Vandersteen).
De Stripdagen vinden plaats op zaterdag 4 en zondag maart 2017 (tussen 10:00 en 17:00 uur) in De Broodfabriek, Volmerlaan 12 in Rijswijk.

Alle informatie over De Stripdagen vindt u op www.destripdagen.nl en op de Facebookpagina www.facebook.com/DeStripdagen

25 februari 2017

Eppo 4 - Boekenkast van Roelof Wijtsma

Roelof Wijtsma thuis in Groningen met zijn favoriete boeken, 1 oktober 2016. Foto: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie, mail naar incognito@comic.com
Benieuwd naar wat de nieuwe Roel Dijkstra-tekenaar Roelof Wijtsma te vertellen heeft over zijn favoriete stripboeken? In stripblad Eppo nr. 4 lees je daar van alles over in de rubriek De boekenkast van... Sinds Eppo nr. 21 van 2016 publiceert Roelof samen met allround scenarist Willem Ritstier het verhaal Thuisfront waarin de teruggekeerde voetbalheld Roel Dijkstra weer ouderwets verzeild raakt in een avontuur vol met voetbal en misdaad. 
De boekenkast van Roelof Wijtsma in zijn atelier. Foto: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie,  mail naar incognito@comic.com
De Groningse tekenaar en illustrator koos voor boeken die zijn fases laten zien als striplezer en waarbij gespeeld wordt met het medium. "De rode draad van mijn favorieten is dat er stripkaders worden doorbroken.” Eppo nummer 4 ligt nog tot 2 maart in de winkels. Los bestellen via de Eppo site kan ook. 

NB: in Eppo nr. 22 van 2016 staat van mij een interview met Roelof Wijtsma over Roel Dijkstra. 
Oude tijden herleven. Roel Dijkstra komt buiten het voetbal weer terecht in een crimineel wespennest in het nieuwe verhaal Thuisfront. Uit Eppo nr. 3, 2017. 

22 februari 2017

Uitglijer Fournier, Suske en Wiske en Dick Bos

Dit keer hebben we drie Uitglijers uitgezocht. Het is soms wat lastig om slechts één tekenaar of scenarist te nemen voor de Uitglijer omdat de informatie voor deze rubriek maar mondjesmaat voorhanden is en meestal verkregen wordt door het lezen van de eigen collectie(s). Het betreft dus geen studie. Ook zijn we afhankelijk van input van lezers. Dus kom maar met je eigen Uitglijers en wij maken er een verhaal van.

In dit geval is er nu dus een Uitglijer van Fournier die niets met Suske en Wiske te maken heeft en niks met Dick Bos en die ook weer niet met elkaar, behalve dan dat ze alle Uitglijers maken.

Verkeerde ramen en niet vertaalde posters
Jean Claude Fournier werd in 1943 te Parijs geboren. Hij kwam bij Dupuis terecht en nam al snel het stokje over van André Franquin (1924- 1997) en gaat Robbedoes en Kwabbernoot tekenen. Nu heb ik Franquin nog niet kunnen betrappen op een Uitglijer en wellicht was de meester daar gewoon niet toe in staat, maar Fournier wel. Niks schokkends en ook nu weer zijn sommige 'fouten' te wijten aan de slordigheid van anderen. Neem nu Klontjes voor Doebie uit 1971, bladzijde 45. Daar is een paginabreed kader waarin onze helden een T-splitsing over razen. Meteen links begint het al; de vertaler laat de poster op de muur ongemoeid, terwijl er toch 'votez' op staat ('stem'). Op meerdere plekken in dit album wordt dit soort aanplakkers wel vertaald en deze is dus gewoon onder de radar gebleven.
Votez en de foute 2CV
Dat 'votez' is wel lekker Frans (ik plaats de helden namelijk in Frankrijk), dit in tegenstelling tot al die buitenlandse wagens die in het verhaal voorbij komen; een Duitse Porsche 911, een Amerikaanse Duesenberg Convertible SJ Grand Dual-Cowl Phaeton uit 1935 en nota bene een Honda S 800 van onze vrienden. Dat was in Franquin zijn tijd wel anders. Maar als Fournier zich op het erfgoed stort en zich een onvergefelijke artistieke vrijheid veroorlooft die het Franse gevoel nog verder naar achteren werkt, is het wel met de tekening van hét Franse icoon uit vervlogen jaren: de eend of wel 2cv van Citroën. Het hele zijraam is in dit oude model opengeklapt, en ik zeg met nadruk het hele raam ! Als fan van deze gammele vervoermiddelen kan ik dat slecht aanzien. Het raam was altijd in tweeën, ook in de meest antieke exemplaren zoals deze. Alleen de onderkant ervan kan open. De voordeuren zijn wel correct getekend; dodemans deuren, een juiste vroege motorkap en de richtingaanwijzers of meer passend gezegd clignoteurs, zijn ook correct... maar dat raam. Trouwens, de kop van de man is ook een tik te groot. Die past er bijna niet eens door, en zo beperkt was de eend nu ook weer niet.
Het zijraam van de 2cv zoals het hoort; gedeeld. Scene uit Het geheim van de Traction 22 (Marin en Van der Zuiden)

Sidonie of niet-Sidonie... dat is de vraag
Nu dan toch even de blik op ons bevriende paar dat al sinds eind jaren veertig voor vertier zorgt. En daarmee is meteen gezegd dat er ook wel eens een fout voorbij kruipt; meer dan bij andere strips omdat er nu eenmaal én veel verhalen zijn verschenen én er veel van uitgegeven zijn in verschillende drukken en verschijningsvormen. Hieronder is in de 1e druk van de herdruk van de Vlaamse uitgave van Suske en Wiske - De speelgoedzaaier een aardig hik te zien. Lambiek snoept van de zogenaamde soep die waswater blijkt te zijn. Het eerste kadertje spreekt van Sidonie; de oorspronkelijk naam van Sidonia in het Vlaams. In het Nederlands werd haar naam meteen Sidonia omdat Sidonie, met de klemtoon op het laatste gedeelte, niet echt herkent wordt in ons land als naam en het heeft ook iets weg van Sodomie. In 1964 is met het gelijktrekken van het Vlaams en Nederlands gekozen voor uiteindelijk Sidonia. (Lambiek spreekt vanaf nu alleen beschaafd Nederlands merkt Sidonie op, en hup haar naam verandert). Er is nog even vaag gesteggel geweest over de uitspraak van haar huidige naam waarbij de klemtoon wederom op de laatste 'i' komt te liggen, maar daar is geen feitelijke waarheid uit te distilleren. 
Sidonie en Sidonia in de taal overgangsfase van Suske en Wiske - De speelgoedzaaier (1965) - Klik op de afbeeldingen voor een vergroting
Afijn. Met het hertekenen voor de tweekleurenreeks is in elk geval het oude kader overgenomen en is niet gelet op de naam die er in staat en o zo ingesleten was bij de Vlamingen. De tekstwolk-tekenaar echter heeft het wel keurig gedaan en consequent volgehouden . Een kleine Uitglijer die overigens ook in catalogi wordt vermeld als onderdeel van een 1e druk. Mij is niet bekend of in de opvolgende druk Sidonia wèl is toegepast.

Dick Bos pleegt zelfmoord
Dan een onvergefelijk fout van Dick Bos of eigenlijk van zijn maker Alfred Mazure (1914-1974). Bos met zijn oer-Hollandse naam was een meester in jiujitsu, en in tegenstelling tot de zuiderburen werd dit geweld waarmee hij de boeven bestreed na de gewelddadige Tweede Wereldoorlog als verfoeilijk gezien. Het werd dan ook in de ban gedaan en dat was de reden waarom van juist Dick Bos-boekjes bekend is dat die ter plekke de kachel ingingen als je er mee op school betrapt werd. Aan de ouders werd dit klaarblijkelijk niet overgelaten! Nu is Dick Bos niet alleen niet bang, sterk en mooi met zijn krachtige kaaklijn, die rechtstreeks lijkt te zijn gekopieerd van de Amerikaanse comics, maar hij was ook superslim. Tot dat hij actie onderneemt in het boekje Gas. Onze vriend ruikt gas en breekt het huis binnen waar een zeer sterke gasgeur vandaan komt die zelfs op straat was te ruiken... en... hij doet het licht aan.  
Dick Bos zijn onintelligente handeling

Beste mensen, als je nu wilt dat de boel ontploft dan is dat met het aandoen van het licht bij een gaslucht een rechtstreekse uitnodiging tot een catastrofe. Het klikje kan een klein vonkje afgeven en dat is voldoende om de boel te doen ontploffen... ik zou zeggen Alfred, je hebt je held een beschermengel meegegeven die in de gehele stripreeks op de schouder meegenoot met diens gevaarlijke activiteiten. Dat was zeker hier zijn grootste geluk, maar een educatieve Uitglijer is het wel.  (HvK)

Hans van Klinken is freelance journalist en leest in zijn vrije tijd graag strips. Op de Incognito blog levert hij (on)regelmatig bijdragen met De Uitglijer (rubriek voor strip-misstappen) en andere stripgerelateerde stukjes.

Eerder publiceerde hij een Uitglijer over Guus SlimHergéSuske en Wiske: De Tartaarse helmTintin: Le Sceptre d'OttokarSchanulleke (Suske en Wiske)Suske en Wiske: De Tartaarse helm (2)Suske en Wiske: De RingelingschatUitglijers met dubbele betekenissen?Uitglijer Guus SlimEen speurtocht naar striptekenaar en scenarist PizarroDe Uitglijers van Eddy PaapeDan CooperDe Tartaarse helm (Jeugd Revue) en Majesteitelijke Uitglijer

04 februari 2017

Eppo 3 - Boekenkast van Frodo De Decker

In stripblad Eppo nr. 3 staat van mij: De Boekenkast van Frodo De Decker. Hij is de tekenaar en schrijver van de gagstrip De Ridder waarmee hij de Eppo-lezer in elk nummer trakteert op een fijne dosis droge humor. Eerder maakte de geboren Antwerpenaar de tekstloze gagstrip Otto. Voor de Boekenkast-rubriek koos hij vier favoriete stripboeken, met als rode draad een synergie tussen het verhaal en de tekeningen. Eppo nummer 3 ligt tot 16 februari in de winkel en is ook los te bestellen via de Eppo site.
Frodo De Decker thuis in Heist op den Berg, België op 23 november 2016. Foto's: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie: incognito@comic.com
Frodo De Decker (1981) kwam vorig jaar de Eppo gelederen versterken met De Ridder. Deze gagstrip, waarvan het hoofdfiguur zijn helm nog niet heeft afgezet (en dat waarschijnlijk ook niet zal doen!) verschijnt eveneens in P-Magazine en Veronica magazine. Het tekenen van strips en illustraties wisselt Frodo af met het spelen van jazzmuziek op gitaar. Eén avond in de week geeft de Vlaming ook daarin les.
“Ik heb een redelijk hobbelig parcours afgelegd”, vertelt hij. “Ik ben grafische vormgeving gaan studeren op de Sint-Lucas kunstacademie in Brussel. Maar na anderhalf stopte ik daarmee en ging ik strips tekenen. Vervolgens deed ik ook mee aan een paar striptekenwedstrijden zoals What’s your excuse? Toch vond ik het moeilijk om met strips mijn weg te vinden. Vervolgens ben ik jazzgitaar gaan studeren, en heb ook opgetreden en les gegeven. Zo rond 2011 begon het opnieuw te kriebelen en haalde ik een paar oude strippagina’s naar boven waaraan ik verder ben gaan werken. Dat was van Otto.”
Van deze tekstloze gagstrip met een doorlopend surrealistisch verhaal verschenen drie boeken, en sinds april 2016 heeft Frodo De Ridder de wereld ingestuurd. En gelijk ook met veel succes! “Met Otto zat ik veel meer vast aan vaste camerastandpunten en een klare lijn stijl, en in De Ridder laat ik me veel meer gaan. Als jonge gast heb ik altijd wel gedroomd van een ridder, en ik vind het dan ook een heel leuke strip om te tekenen. De Ridder is een leuk figuur om droge humor mee te brengen omdat je zijn emoties niet ziet. Ik wil ook nog zeggen dat ik het een hele eer vind om in Eppo te staan, Dirkjan is een van mijn favorieten.”

20 januari 2017

In Memoriam: Jan Kruis (1933-2017)

Jan Kruis op 15 maart 2013 op het Drentse platteland in Mantinge waar hij zo lang woonde. (Foto: Robin Schouten)
Striptekenaar Jan Kruis is gisteren op 19 januari in zijn woonplaats Mantinge overleden op 83-jarige leeftijd. Hij was al enige tijd ziek. Zijn grootste succes kende hij met Jan, Jans en de kinderen waarvoor hij 26 stripboeken maakte.
Johannes Andries (Jan) Kruis werd geboren op 8 juni 1933 te Rotterdam. In zijn jeugd las hij strips van Wim Meuldijk en Marten Toonder, twee tekenaars die belangrijk voor hem waren. Tijdens zijn studie aan de kunstacademie publiceerde hij in De Havenloods zijn eerste strip, Prins Freddie. Daarna werkte hij jarenlang als reclametekenaar.
Uit pagina 5 van Tommy (1960) voor het jeugdblad Olidin.
In 1958 maakte hij de overstap naar het stripverhaal en publiceerde in bladen als Olidin (de cowboystrip Tommy en diverse andere strips), Kuifje (de gagstrip Gregor) en Sjors (Sjors en Sjimmie). Ook werkte hij samen met Marten Toonder aan de strip Student Tijloos. 
Jan, Jans en de kinderen samen met Jeroen, Jan's vader en Bewust Ongehuwde Moeder Hanna.
Het bekendst werd hij door de strip Jan, Jans en de kinderen dat vanaf 1970 in Libelle verschijnt en losjes gebaseerd was op zijn eigen gezin. De herkenbaarheid van het Hollandse gezinsleven, het bespreekbaar maken van maatschappelijke kwesties zoals de B.O.M. moeder, uiteraard met veel humor en het acteerwerk van de familie Tromp en hun huisdieren zorgden voor een grote populariteit bij de Libelle-lezeressen. De stripalbums gaf Jan zelf uit met zijn goede vriend Joop Wiggers en zorgden voor een miljoenenverkoop, wat ongekend was voor Nederlandse begrippen.
De Rode je-weet-wel Kater werd met zijn filosofische overpeinzingen het boegbeeld van de strip. Ook de 'Hoi, pipeloi' groet van Catootje's vriendje Jeroentje en natuurlijk zijn 'poep-aan-je-schoen' zijn in het geheugen gegrift van iedereen die de strip in de jaren zeventig en daarna heeft gelezen. 
Het Sjors en Sjimmie boek van Jan Kruis (1972)
Stripkenners roemen ook de Sjors en Sjimmie strip die hij vanaf 1969 maakte voor het stripblad Sjors. Toch bleef het maar bij twee verhalen, de laatste op scenario van zijn collega en goede vriend Martin Lodewijk. Zelf zei hij daarover in 2013 in een interview dat ik met hem had voor StripNieuws ter gelegenheid van zijn 80ste verjaardag: 'Ik ben geen avonturenmeneer. Ik moet het meer van de korte afstand hebben.'
Buiten het illustreren en striptekenen heeft Jan ook veel portretten geschilderd, onder andere van bekende Nederlanders voor Libelle zoals Simon Carmiggelt. En hij maakte een groot familieportret (5 meter breed en 3,25 meter hoog) van de Koninklijke familie. 
Woutertje Pieterse, een huzarenstukje van Jan Kruis. 
In 1999 stopte hij met de wekelijkse Jan, Jans en de kinderen strip ('een dierbaar blok aan mijn been') en droeg hij die over aan een groep tekenaars onder de naam Studio Kruis, een beslissing waar Jan het later nog wel eens moeilijk mee heeft gehad. Daarna heeft hij nog veel getekend, o.a. twee verhalen van Jan, Jans en de kinderen voor de Leprastichting, een tweedelige bewerking van Multatuli's Woutertje Pieterse (waar hij erg trots op was) en de strip Kwynk, een moderne parodie op zijn eigen Jan, Jans strip.
Uit een aflevering van Kwynk, de laatste strip van Jan Kruis
Zijn oeuvre is tweemaal bekroond, in 1980 met de Stripschapprijs en in 2009 met de eerste Marten Toonderprijs. Ik heb Jan verschillende keren mogen interviewen, voor de bladen Eppo en StripNieuws en vond hem een van de vriendelijkste striptekenaars die ik heb gesproken. Een vrolijke, warme man die ondanks al zijn succes heel gewoon bleef en waarmee ik na het interview een bammetje kon mee-eten met zijn vrouw Els. Uiteraard op Jan, Jans en de kinderen borden. En we dronken uit bekers met De Rode Kater erop.
In 2013 kreeg Jan Kruis dankzij uitgever Seb van der Kaaden zijn eigen Glossy, een uitgave waar ik met veel plezier aan heb meegewerkt met een artikel over de Jan, Jans en de kinderen strip.

Jan Kruis heeft veel betekend voor de strip in Nederland en zal niet vergeten worden. Rust zacht, Jan. 

16 januari 2017

Eppo 1 - Boekenkast van Michiel Offerman

In Eppo nr. 1 (2017) staat van mij: De Boekenkast van Michiel Offerman. Hij is de tekenaar van de sciencefictionstrip Star Barz™ waar humor en koffie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Een jaar geleden ging de strip in Eppo van start op scenario van Ger Apeldoorn. In het dagelijks leven werkt hij als illustrator, reclametekenaar en visualiser. Michiel heeft thuis een paar kasten vol met strips staan en dat vroeg natuurlijk om een interview voor De Boekenkast van... waarvoor hij vier favoriete boeken koos. Eppo nr. 1 ligt tot 19 januari in de winkel en is ook los te bestellen via de Eppo site.
Michiel Offerman thuis in Haarlem, 4 oktober 2016. Copyright foto's: Robin Schouten. Voor een hogere resolutie, mail naar incognito@comic.com

07 januari 2017

Nieuwjaarskaarten - Gerard Leever, Roel Smit, Romano Molenaar en Mark Schilders

Happy 2017! En hierbij nog maar eens een collectie nieuwjaarskaarten van diverse striptekenaars.
Gerard Leever (Gleevers Dagboek, Suus & Sas, Oktoknopie, Het Felix Flux Museum)

Roel Smit (Rock 'n' Roel at The Patronaat, Rock 'n' Roel, Incognito-funnies, Het geheim van de ruïne)

Romano Molenaar (Roodhaar, Storm, J.ROM - Force of Gold)


Mark Schilders (Mark Retera Ensemble voor Dirkjan, losse strips voor diverse publicaties o.a. de bladen Incognito en Iris)